Theater van Marcellus

Theater van Marcellus


Marcus Claudius Marcellus (neef van Augustus)

Marcus Claudius Marcellus (42 – 23 v. Chr.) was de oudste zoon van Gaius Claudius Marcellus en Octavia Minor, de zus van Augustus (toen bekend als Octavianus). Hij was Augustus' neef en naaste mannelijke verwant, en begon daardoor een versnelde politieke carrière te genieten. Hij werd opgeleid bij zijn neef Tiberius en reisde met hem mee naar Hispania waar ze onder Augustus dienden in de Cantabrische Oorlogen. In 25 voor Christus keerde hij terug naar Rome, waar hij trouwde met zijn nicht Julia, de dochter van de keizer. Marcellus en Augustus' generaal Marcus Vipsanius Agrippa waren de twee populaire keuzes als erfgenaam van het rijk. Volgens Suetonius kwam Agrippa hierdoor op gespannen voet met Marcellus en is dit de reden waarom Agrippa in 23 v.Chr. vanuit Rome naar Mytilini reisde. [1]

Dat jaar verspreidde zich een ziekte in Rome die zowel Augustus als Marcellus trof. Augustus ving hem eerder in het jaar, terwijl Marcellus hem later ving, nadat de keizer al hersteld was. De ziekte bleek fataal en doodde Marcellus in Baiae, in Campania, Italië. Hij zou het eerste lid van de koninklijke familie zijn wiens as werd bijgezet in het Mausoleum van Augustus. Ondanks dat hij op jonge leeftijd stierf, leidde Marcellus' positie tot zijn viering door Sextus Propertius, evenals door Virgilius in de Aeneis.


Architectuur

Theater van Marcellus, detail van bestaande arcades met radiale openingen.

Tekening van de kolomorden die in de Romeinse architectuur werden gebruikt, de Dorische en Ionische zuilen werden gebruikt in de lagere verdiepingen van het theater. 5

De buitenkant van het theater had de twee over elkaar geplaatste arcades die vandaag nog steeds zichtbaar zijn en een bovenste ontbreekt nu. 1 De arcades worden omlijst door geëngageerde zuilen, Dorische op het lagere niveau en Ionische op het bovenste. Er wordt aangenomen dat het derde niveau Corinthische zuilen zou hebben gebruikt om het ontwerp te voltooien, 2 en misschien pilasters in plaats van geëngageerde. 3 Deze super-oplegging van architecturale orders zou worden gerepliceerd en verfraaid in het ontwerp van de Colosseum. De gevarieerde kolommen zouden de visuele zwaarte van zo'n omvangrijk gebouw hebben helpen beperken.

1 Amanda Claridge, Judith Toms en Tony Cubberley, Rome: een archeologische gids in Oxford (Oxford: Oxford University Press, 2010), 275.

2 Hazel Dodge, "De architectuur van het Romeinse spektakel", in Een aanvulling op de Romeinse architectuur, red. Caroline K. Quenemoen en Roger B Ulrich (Malden, MA: Wiley-Blackwell, 2013), 292.


Populaire verhalen: “The Show Must Go On”

Volgens sommige bronnen is er een ongeluk gebeurd op de dag van de inhuldiging van Teatro di Marcello. Terwijl de acteurs het toneel op gingen, sella curulis, d.w.z. de zetel van de keizer, brak af en de keizer viel. De senatoren en de rest van het publiek maakten zich echt zorgen over wat de reactie van de keizer zou zijn geweest. Maar met grote verbazing stond Augustus gewoon lachend op en gebood met een handgebaar de acteurs door te gaan.


Aanvullend bronmateriaal

101. De Porticus van Octavia (en eerder de Porticus van Metellus). Bronnen.

Augustus bouwde zelfs enkele gebouwen onder de namen van anderen in zijn familie, zoals de Porticus van Octavia en het Theater van Marcellus. Bovendien moedigde hij vaak andere vooraanstaande mannen aan, elk naar zijn middelen, om het aanzien van de stad te verbeteren door nieuwe monumenten te financieren of oude te herbouwen en te verfraaien. En veel monumenten werden inderdaad gebouwd door vele beschermheren: de Tempel van Hercules, Verdediger van de Muzen, werd herbouwd door Marcius Philippus, de stiefvader van Augustus. Marcus Agrippa.

Suetonius, Augustus 29.4-5

102. Theater van Marcellus. Bronnen.

Toen censor [in 179 v. Chr.] Lepidus de bouw van een theater en toneel in de tempel van Apollo financierde.

Livius, Geschiedenis 40.51.3

Caesar wilde graag een theater bouwen dat zou passen bij dat van Pompeius en legde de basis voor een theater voor zijn dood [in 44 v. Chr.], maar Augustus moest het afmaken en noemde het naar zijn neef Marcus Marcellus. Caesar kreeg echter de schuld van de sloop van de huizen en tempels op de site, en ook omdat hij hun cultusbeelden verbrandde (die bijna allemaal van hout waren) en zich de grote sommen geld toeeigende die in de tempels waren ondergebracht.

Dio, Geschiedenis 43.49.3

Ik bouwde het theater dat naast de tempel van Apollo staat, grotendeels op land dat ik van particuliere eigenaren heb gekocht. Ik heb dit theater vernoemd naar Marcus Marcellus, mijn schoonzoon.

Augustus, Prestaties 21

[Als onderdeel van de Seculiere Spelen in 17 v. Chr.] gaven we shows in het theater in het Circus Flaminius.

Augustus was de eerste persoon die een getemde en gekooide tijger in Rome tentoonstelde. Hij werd tentoongesteld bij de inwijding van het Theater van Marcellus op 7 mei [11 v. Chr.], in de consulaten van Quintus Tubero en Paullus Fabius.

Plinius de Oudere, Encyclopedie 8.65

Toen keizer Vespasianus het nieuwe podium in het Theater van Marcellus inwijdde, bracht hij naast toneelstukken ook het oude amusement van talentenjachten terug. Hij kende 400.000 sestertiën toe aan de tragische acteur Apelles, 200.000 elk aan twee lierspelers, talrijke onderscheidingen van 100.000 en 40.000, en vele gouden kronen.

Suetonius, Vespasianus 19.1

©2008 door de rectoren en bezoekers van de Universiteit van Virginia. Alle rechten voorbehouden.


Marcellus Crocker: Grant's 8217s Hammer in the Western Theatre

Regimenten van Brig. Gen. Marcellus Crocker's 7e divisie van het 17e Korps stormde op 14 mei 1863 naar de Zuidelijke linies bij Jackson, Miss. De overwinning van de Unie was een belangrijke stap tijdens de Vicksburg-campagne. (Kroniek/Alamy Stock Photo)

Marcellus M. Crocker was op weg naar het opperbevel totdat een vreselijke ziekte een einde maakte aan zijn militaire carrière

Mijmerend over de Vicksburg-campagne twee decennia nadat deze plaatsvond, noemde Ulysses S. Grant twee ondergeschikten als de beste 'divisiecommandanten die in of buiten het leger te vinden waren'. Deze twee officieren waren John A. Logan en Marcellus M. Crocker. Grant bevestigde verder dat de mannen "geschikt waren om onafhankelijke legers te leiden". De status van Logan bleef stijgen na Vicksburg en uiteindelijk bereikte hij het legercommando. Crockers carrière daarentegen kwam abrupt tot een einde door ziekte, een vijand die spotte met kogels en bajonetten.

De voornaam van generaal Marcellus Crocker, vertaald uit het Latijn, betekent "hamer", een passende benaming voor de keiharde slagveldcommandant. (HN-archief)

Marcellus Monroe Crocker werd geboren in Franklin, Ind., op 6 februari 1830. Zijn voornaam was afgeleid van het Latijn en vertaald naar hamer-een passende keuze voor zijn toekomstige heldendaden op het slagveld. In 1840 verhuisde de 10-jarige Marcellus met zijn gezin naar Illinois, waar hij vijf jaar bleef voordat hij verhuisde naar Jefferson County, Iowa. Door de inspanningen van vertegenwoordiger Shepherd Leffler en senator Augustus Caesar Dodge, kreeg Crocker in juli 1847 op 17-jarige leeftijd een aanstelling bij de Amerikaanse militaire academie.

Crocker kon het goed met elkaar vinden tijdens zijn studie, maar twee jaar na zijn opleiding leidde de plotselinge dood van zijn vader tot zijn ontslag. Zijn moeder, een weduwe, was berooid. Crocker pakte zijn koffers en keerde terug naar huis om haar, zijn drie zussen en twee broers te ondersteunen. Ondanks zijn voortijdige vertrek uit West Point, verloor hij nooit zijn liefde voor het militaire leven.

Een carrière in de rechten leek het meest geschikt voor de ex-cadet. Hij studeerde een korte periode in het kantoor van Cyrus Olney in Fairfield, en na twee jaar vurige studie werd Crocker toegelaten tot de bar en begon hij in Lancaster voor zichzelf te oefenen. Hij trouwde in 1851, maar zijn 22-jarige bruid zou twee jaar later overlijden. Hij trouwde toen met Charlotte D. O'Neil.

In het voorjaar van 1855 verhuisde Crocker naar Des Moines. In 1857 richtten Crocker, Phineas M. Casady en Jefferson S. Polk het advocatenkantoor Casady, Crocker & Polk op. Crocker verwierf een stevige reputatie als strafrechtadvocaat en als elegante redenaar. Zijn oratoriumvaardigheden kwamen hem goed van pas bij het aansturen en inspireren van groene vrijwilligers tijdens de naderende oorlog.

Een lid van de Democratische Partij, Crocker verzette zich fel tegen Lincolns 1860 Republikeinse kandidatuur voor het presidentschap. Maar het uitbreken van de oorlog zorgde ervoor dat hij zijn mening radicaal veranderde en de zaak van de Unie onwrikbaar steunde. Tijdens een haastig bijeengekomen gemeenschapsbijeenkomst in het voorjaar van 1861, hield Crocker een korte toespraak die "brandende woorden van patriottisme" leverde ter ondersteuning van de invasie van het zuiden en het neerslaan van de opstand.

Tijdens een vergadering die de volgende ochtend werd gehouden, hield de charismatische advocaat nog een opzwepende toespraak waarin vrijwilligers werden opgeroepen om wraak te nemen op de verontwaardiging die zich in Fort Sumter had voorgedaan. 'We hebben deze bijeenkomst niet bijeengeroepen om toespraken te houden,' zei Crocker tegen zijn publiek. “We zijn hier nu voor zaken. De Amerikaanse vlag is beledigd, er is door ons eigen volk op geschoten, maar door de Eeuwige moet hij worden gehandhaafd!” Eager Iowans bood aan om te dienen onder de gepassioneerde advocaat, gefascineerd door zijn vurige bruine ogen en zijn enthousiasme voor de zaak.

Als kolonel leidde Crocker een brigade van de 11e, 13e, 15e en 16e Iowa-infanterie tijdens de veldslagen in de herfst van 1862 bij Iuka, boven, en de tweede slag bij Korinthe, beneden. De gevechten maakten deel uit van een multi-theateroffensief dat dat najaar door de Confederatie werd gelanceerd en dat werd teruggedraaid tijdens de veldslagen van Antietam, Perryville en de eerder genoemde gevechten in Mississippi. Het Zuiden zou nooit meer zulke gecoördineerde campagnes kunnen opzetten. (Niday Picture Archive/Alamy Stock Photo)

(Falkenstein Foto/Alamy Stock Foto)

Crocker werd gekozen als kapitein bij de 2nd Iowa Infantry en klom binnen zeven maanden snel op tot kolonel van de 13th Iowa Infantry. De mannen onder zijn bevel herkenden hem als een pragmatische leider, een woeste vloeker als hij werd uitgedaagd, onverschrokken in de strijd en een brute discipline. Kapitein Cornelius Cadle beschouwde zijn toepassing van discipline als "streng maar rechtvaardig". Crocker maakte geen onderscheid tussen officieren en mannen als het ging om het opleggen van straffen voor overtredingen. In plaats daarvan vertrouwde hij erop "dat de efficiëntie, veiligheid en het comfort van zijn mannen alleen werden verzekerd door hun strikte naleving van de taken van een soldaat." De meeste vrijwilligers uit Iowa waren "luide mopperaars" vanwege de methoden van Crocker, maar hun mening over hem veranderde snel toen ze voor het eerst de chaos van de strijd ervaarden.

Dat ruwe ontwaken kwam kort nadat Crocker en de 13e Iowa zich in maart 1862 bij het leger van Maj. Gen. Ulysses S. Grant bij Pittsburg Landing, Tennessee voegden. Crocker's regiment, samen met de 8e en 18e Illinois, de 11e Iowa en Battery D , 2nd Illinois Artillery, maakten deel uit van de 1st Brigade onder bevel van kolonel Abraham M. Hare van Maj. Gen. John A. McClernand's 1st Division of the Army of the Tennessee. Rond het ochtendgloren op 6 april 1862 vielen de Zuidelijke troepen van generaal Albert S. Johnston de verraste troepen van de Unie in hun kampen aan.

Hare's brigade bevond zich bijna in het midden van de linie van de Unie, en hoewel het hard vocht, werd het teruggedreven vóór de aanval van de rebellen. Hare raakte ernstig gewond en Crocker nam assertief de leiding over zijn groene regimenten. Hij herinnerde zich dat zijn middenwesters "zich terugtrokken op hun positie voor het kamp van de veertiende Iowa-vrijwilligers, en voor de rest van de dag en totdat de vijand werd afgeslagen, handhaafden ze die positie onder constant en vretend vuur van de vijandelijke artillerie." De Iowans vochten 10 uur lang en leden het verlies van twee van de hoogste hoge officieren van het regiment, luitenant-kolonel Milton Price en majoor John Shane, en tientallen mannen.

Maar er lag nog meer strijd in het verschiet. Op de ochtend van de 7e stormde de 1e divisie, toen onder bevel van kolonel James Tuttle van de 2e Iowa, naar voren als onderdeel van Grants ingrijpende tegenaanval. De gehavende brigade van Crocker werd in reserve gehouden, maar twee van zijn regimenten raakten betrokken bij het gevecht. Zoals de kolonel zich herinnerde: 'De achttiende en achtste regimenten van Illinois kregen het bevel om een ​​batterij van twee kanonnen aan te vallen en deze in te nemen die onze strijdkrachten enorm hinderden en schade toebrachten. Ze rukten op met bajonetten, namen de kanonnen, doodden bijna alle paarden en mannen en brachten de kanonnen van het veld.”

Toen het gevecht afnam, kreeg Crocker het bevel om zijn regimenten terug te brengen naar hun kamp, ​​waar ze rond 20.00 uur aankwamen. De brigade van Crocker leed 577 slachtoffers, waaronder 92 doden, voornamelijk op de eerste dag van de strijd. Alleen al de 13e maakte 162 slachtoffers.

Crocker werd geprezen voor zijn bekwame commando op het slagveld. Kolonel Hare, herstellende van ernstige verwondingen aan zijn hand en arm, prees Crockers optreden in zijn post-battle report:

Aan kolonel M.M. Crocker, van de 13e Iowa, wil ik speciale aandacht vragen. De koelheid en moed die hij tijdens de hele actie van de 6e op het slagveld tentoonspreidde: de vaardigheid waarmee hij zijn mannen leidde, en het voorbeeld van durf en het negeren van gevaar waarmee hij hen inspireerde om hun plicht te doen en stand te houden door hun kleuren laten zien dat hij de hoogste kwaliteiten van een commandant bezit en hem recht geven op snelle promotie.

Achter zijn bravoure was Crocker gewoon blij dat hij het had overleefd. Een dag na de botsing schreef hij naar zijn vrouw Charlotte om haar gerust te stellen over zijn veiligheid:

De grote strijd is voorbij, en ik ben onaangeroerd, en in goede gezondheid en geest. Ik heb het erg druk en alles is in grote verwarring. Ik heb alleen tijd om je te verzekeren van mijn veiligheid. God zegene u! Je weet niet hoe vaak ik tijdens de strijd aan jou en de kinderen heb gedacht.

Een magere soldaat van de 15th Iowa Infantry, een van de oorspronkelijke regimenten van de "Crocker's Greyhound"-brigade. Hij draagt ​​het kenmerkende embleem van het 17e Korps op zijn rechterborst, een pijl die soms wordt beschreven als een 'pijltje'. (Erfgoedveilingen)

Kolonel Hare heeft ontslag genomen vanwege de gevolgen van zijn Shiloh-wonden, en na een reorganisatie na Shiloh, nam Crocker het bevel over een brigade bestaande uit de 11e, 13e, 15e en 16e Iowa Infantry. "Crocker's Greyhounds", zoals de eenheden bekend werden, vochten in de herfst van 1862 bij de Slagen van Iuka en Tweede Korinthe in het noorden van Mississippi. Crockers ster bleef rijzen en met de steun van zijn goede vriend Maj. Gen. Grenville M. Dodge ontving hij in november 1862 een welverdiende promotie tot brigadegeneraal. De mannen van zijn oude regiment, het 13e Iowa, presenteerden hem met een fraai verguld zwaard als blijk van hun respect.

Crockers leiderschapskwaliteiten waren echter machteloos tegen de verwoestingen van tuberculose. Hij leed sinds 1861 aan de ziekte, maar bleef ondanks de ellendige symptomen in het veld en sliep regelmatig rechtop in een kampstoel bij de ingang van zijn tent, in de hoop dat blootstelling aan de frisse lucht hem zou helpen ademen. Franc B. Wilkie, oorlogscorrespondent van de Chicago Times, beschreef het zien van de bleke en uitgemergelde generaal. Wilkie beschreef hem als een "zeer knappe man, iets van de stijl van [Brig. Gen.] John A. Rawlins.” De correspondent merkte de "helderheid van de teint en de grote brandende ogen op die vaak kenmerkend zijn voor lijders aan de duivelse ziekte."

Crocker weigerde ondanks zijn tuberculose met ziekteverlof te gaan. Grant merkte dit uithoudingsvermogen en toewijding op en bewonderde dat Crocker altijd klaar bleef voor een gevecht, "zolang hij zijn voeten kon houden." (Bibliotheek van het Congres)

Crocker weigerde met ziekteverlof te gaan. Grant merkte dit uithoudingsvermogen en toewijding op en bewonderde dat Crocker altijd klaar bleef voor een gevecht, "zolang hij zijn voeten kon houden." Alleen Charlotte kende de volle omvang van zijn lijden. In een brief aan zijn vrouw onthulde hij dat "hij de dood zou hebben gekozen als een zoete verlichting van zijn pijn, maar om zijn familie te verlaten."

Op 2 mei 1863 kreeg Crocker het bevel over Brig. Gen. Isaac F. Quinby's 7e divisie van het 17e korps. Quinby werd gekweld door zijn eigen ziekte. Toen hij de Greyhounds verliet, noteerde sergeant Alexander G. Downing van de 11th Iowa in zijn dagboek dat "de jongens het allemaal jammer vinden hem [Crocker] te zien vertrekken."

Generaal Crocker leidde bekwaam de 7th Division, die bestond uit drie infanteriebrigades en een artilleriebrigade, tijdens de vroege fasen van Grants Vicksburg-campagne. Zijn divisie verpletterde de Zuidelijke werken in Jackson, Miss., en veroverde met succes de stad. 'Het was een zeer magnifieke aanval over dat open veld in het aangezicht van dodelijk vuur, onze mannen wankelden nooit en bleven perfect uitgelijnd,' merkte Wilkie op. "Crocker reed aan de rechterkant van de lijn, hield zich er tijdens de aanval aan en ging met zijn mannen over de werken."

Op Champion Hill op 16 mei speelde de divisie van Crocker een sleutelrol en veranderde het momentum van de strijd. Tijdens de openingsfase van het gevecht schreef Crocker dat zijn brigade onder bevel van kolonel George Boomer, "door de meest wanhopige gevechten, en met geweldige moed en koppigheid", standhield ondanks "de voortdurende en furieuze aanvallen van de woedende en verbijsterde vijand ... .”

De positie van Boomer werd echter kritiek toen zijn mannen bijna geen munitie meer hadden. Op dit kritieke moment voerde Crocker vakkundig andere regimenten van zijn divisie in het gevecht. "Ze bestormden de vijand met een schreeuw," herinnerde Crocker zich, en de Zuidelijken "braken en vluchtten in de grootste verwarring, terwijl ze de regimentsvlag van de Eenendertigste Alabama, ingenomen door de Zeventiende Iowa, en twee kanonnen van zijn bezit in ons bezit achterlieten. accu. Dit maakte een einde aan de strijd."

Collega Brig. Gen. Manning F. Force beschreef de aanval van Crocker als een "onweerstaanbaar begin" dat de zuidelijke rechts terugsloeg. De overwinning dwong luitenant-generaal John C. Pemberton zich terug te trekken in de linies bij Vicksburg, waar hij door Grants troepen zou worden opgesloten.

Bij Champion Hill leidde Crocker een aanval op de zuidelijke rechterflank die de overwinning van de Unie bezegelde. Generaal-majoor Ulysses S. Grant prees Crocker, maar geloofde dat generaal-majoor John McClernand een zwakke prestatie had geleverd aan de federale linkerzijde. De Zuidelijke luitenant-generaal John Pemberton trok zich na het gevecht terug in Vicksburg.

Quinby keerde terug om de divisie te leiden tijdens het gevecht op Champion Hill, maar Crocker hield zijn commando tot het einde van de strijd. Generaal-majoor James B. McPherson, commandant van het 17e Korps, sprak zijn waardering uit voor en bewonderde [Crocker's] zijn 'soldatenkwaliteiten', 'efficiëntie in bevel', 'dappere heldhaftigheid op het veld' en ten slotte zijn 'gedurfde onverschrokkenheid'. Grant droeg Crocker voor als stafchef van McPherson totdat er een nieuwe opdracht vrijkwam. Maar tuberculose stak opnieuw de kop op toen Crocker McPherson vroeg om met medisch verlof in St. Louis te gaan voor een operatie aan zijn keel, wat vervolgens werd toegestaan.

In juni 1863, Crocker keerde na de operatie terug naar zijn geboorteplaats Des Moines. Tijdens de Republikeinse Staatsconventie nomineerden deelnemers Crocker als kandidaat voor gouverneur van Iowa.Hij weigerde en vroeg vriendelijk om zijn naam van het stembiljet te halen. Hij verklaarde nederig: "Als een soldaat iets waard is, kan hij niet van het veld worden gespaard als hij waardeloos is, hij zal geen goede gouverneur zijn."

Crocker keerde op 21 juli 1863 terug naar Vicksburg en vond de stad "warm, stoffig en over het algemeen zo onaangenaam mogelijk", een omgeving die zijn keel en longen martelde. Grant wees Crocker echter toe aan generaal-majoor Edward O.C. Ord's 13e Korps om het bevel over Brig. Gen. Jacob G. Lauman's 4e divisie. Lauman was volgens Crocker ontheven van het commando omdat hij "als een ouwe ezel" in een lijn van Zuidelijke verschansingen was gestapt. Grant vertelde Ord dat hij "het volste vertrouwen" kon stellen in de "dappere, competente en ervaren" Crocker.

In augustus 1863 werd de divisie van Crocker overgebracht naar het 17e korps van McPherson en naar het noordoosten van Louisiana gestuurd, waar het een rol speelde in de Meridian Expedition van Maj. Gen. William T. Sherman in 1864. Kort na de campagne ging Crockers gezondheid snel achteruit. "Ik bleef langer dan ik zou moeten, zodat ik bijna stervende was", bekende Crocker in een plechtige brief aan zijn vriend generaal Dodge. Hij deed met tegenzin afstand van het bevel over zijn divisie bij het bereiken van Decatur, Ala., In mei 1864.

Crocker diende de volgende maand zijn ontslag in. Halleck telegrafeerde Grant om te vragen naar de eerdere achtergrond van Crocker terwijl hij onder zijn bevel stond en zijn vermogen om een ​​onafhankelijk 'grenscommando' aan te pakken. Grants antwoord aan Halleck op 24 juni 1864 onthulde zijn veroordeling in Crocker. Grant verklaarde: “Crocker en [Maj. Gen. Phil] Sheridan waren, denk ik, de beste divisiecommandanten die ik ken.' "Een van hen is gekwalificeerd voor elk commando." Grant besloot door er bij Halleck op aan te dringen Crocker ervan te weerhouden af ​​te treden.

Crocker stemde ermee in zijn ontslag in te trekken onder de garantie dat hij in een droge omgeving een commando zou kunnen krijgen dat zou helpen om zijn gezondheid te herstellen. Halleck had het ministerie van New Mexico in gedachten en beval hem Santa Fe te melden. Hoewel Crocker deze nieuwe opdracht zonder meer aanvaardde, was hij er, naar zijn eigen woorden, niet 'bijzonder' over. Het zou een virtuele ballingschap zijn van de grote strijdtonelen. Evenzo zou hij geïsoleerd zijn van de meeste van 'zijn oude kameraden'.

Toch maakte de plichtsgetrouwe generaal de tocht van Leavenworth, Kansas, naar Santa Fe, waar hij in september 1864 aankwam. Hij vervolgde zijn weg naar Fort Sumner, waar hij het bevel op zich nam en belast was met de "zorg en supervisie van 8.000 gevangengenomen Indianen" op de Bosque. Redondo-reservering.

Crocker werd rusteloos bij deze opdracht en schreef Grant, smekend om terug te keren naar het actieve commando. Grant telegrafeerde Halleck onmiddellijk op 28 december 1864, met het verzoek Crocker over te plaatsen naar een commando waar zijn talenten het best konden worden gebruikt. "Ik heb nooit meer dan drie of vier divisiecommandanten zijn gelijke gezien en we willen zijn diensten," verklaarde Grant, en hij verzocht Halleck Crocker te laten rapporteren aan generaal-majoor George H. Thomas' Army of the Cumberland in Nashville, Tennessee. Assistent-adjudant Generaal Edward Davis Townsend zond het officiële bevel voor Crocker om op oudejaarsavond 1864 naar het oosten terug te keren.

In februari 1865 vond Grant een andere opdracht voor Crocker. Hij was van plan generaal-majoor George Crook - gevangengenomen door guerrilla's in februari 1865 - te schorsen en hem te vervangen door Crocker die het bevel voerde over het ministerie van West Virginia. Grant telefoneerde naar Halleck: "Als Crocker kan worden bereikt, zal hij een goede officier zijn om Crook's plaats in te nemen." (Bibliotheek van het Congres)

Terwijl Grant wachtte op het bericht van Crockers aankomst in Nashville, vond hij een andere opdracht voor hem. Hij was van plan generaal-majoor George Crook - gevangengenomen door guerrilla's in februari 1865 - te schorsen en hem te vervangen door Crocker die het bevel voerde over het ministerie van West Virginia. Grant telefoneerde naar Halleck: "Als Crocker kan worden bereikt, zal hij een goede officier zijn om de plaats van Crook in te nemen."

Grant ergerde zich toen de wisseling van het bevel werd uitgesteld en liet eind februari een bericht horen aan minister van Oorlog Edwin M. Stanton, een medeadvocaat van Crocker. 'Ik heb enige tijd geleden generaal Halleck gevraagd om Crocker uit New Mexico te bestellen,' verklaarde Grant. "Als hij binnen handbereik is, ken ik nauwelijks zijn gelijke om de plaats van Crook in te nemen." Grant telegrafeerde Stanton begin maart voor de tweede keer. 'Het zal nodig zijn om een ​​goede man in bevel te hebben in West Va.', merkte hij op. 'Ik heb Crocker voor de zaak aanbevolen, maar ik geloof dat hij niet is besteld vanuit New Mexico. Ik wilde dat afgelopen herfst [winter] gedaan hebben en veronderstelde tot een paar dagen geleden dat hij was besteld." Op 2 maart 1865 stuurde hij nog een laatste telegraaf naar Halleck, met de botte vraag: 'Is generaal Crocker bevolen vanuit New Mexico? Als hij dat niet heeft, bestel hem dan meteen. Hij zou van onschatbare waarde zijn in het bevel over West Virginia. Er wordt gezocht naar een actieve reizende generaal die al zijn posten op het departement zou bezoeken.”

Zowel Halleck als Stanton hebben Grant bij verschillende gelegenheden gerustgesteld dat Crocker ' enige tijd geleden was besteld'. Thomas had de opdracht gekregen om Crocker bij zijn aankomst te sturen, maar niemand wist waar hij was. Het bleek dat zijn ziekte was teruggekeerd en Crocker verscheen uiteindelijk op 22 april 1865 op het hoofdkwartier van generaal Dodge in St. Louis. Dodge telegrafeerde majoor-generaal John Rawlins van Grants staf hem op de hoogte van Crockers aankomst. 'Gen. Crocker is hier ziek uit New Mexico aangekomen. Hij moet zich melden bij Gen Thomas, maar hij kan niet verder gaan', verklaarde Dodge. 'Wijzig alstublieft zijn bevel om aan mij te rapporteren - ik zal hem naar huis sturen om de beslissing over zijn ontslag af te wachten die hij zal doorsturen. Hij zal de dienst moeten verlaten. Zou je graag gemonsterd willen worden als dat mogelijk is?”

Gebroken in gezondheid en niet in staat om de 300 mijl of zo naar Nashville te halen, draaide Crocker westwaarts in de richting van huis en bereikte ongeveer een maand later Des Moines. Toen hij aankwam, stuurde Crocker een haastige brief naar Dodge: 'Ik ben veilig thuisgekomen en het gaat snel beter, denk ik. Ik kan in ieder geval tot op zekere hoogte circuleren.” In werkelijkheid was hij slechts enkele maanden verwijderd van zijn dood.

Hij werd in de zomer van 1865 naar Washington D.C. bevolen. Tijdens zijn verblijf in Willard's Hotel werd Crocker hevig ziek. Terwijl hij lang en uitzinnig lag, speurde Crocker de kamer af op zoek naar zijn vrouw, maar Charlotte was onderweg van Des Moines. Hij stierf alleen op 26 augustus op 35-jarige leeftijd. Crockers radeloze vrouw bereikte Washington 24 uur na zijn dood. Ze had de aansluiting op de Chicago & Pittsburgh Railroad gemist, waardoor ze vertraging opliep.

Het hotelmanagement verplaatste het lichaam van Crocker naar een andere kamer en liet het op hun kosten balsemen, zodat bezoekers konden komen om hun respect te betuigen. Kolonel Peter T. Hudson van de staf van Grant begeleidde het lichaam met een klein detail van acht soldaten naar Des Moines, waar het stoffelijk overschot van generaal Crocker begin september werd bijgezet. Generaal Dodge was ervan overtuigd dat als Crocker gezond was gebleven, hij 'tot de hoogste rang en bevel in het leger zou zijn gestegen'.

Grant vergat nooit zijn vertrouwde ondergeschikte. Toen hij Des Moines bezocht tijdens een reünie van de Army of the Tennessee in september 1875, maakte hij op de dag van aankomst een ochtendrit met een koets door de stad. Toen het rijtuig Fourth Street passeerde, bracht Brig. Gen. Rollin V. Ankeny, een passagier in het rijtuig, wees op Crockers oude huis. President Grant hief naar verluidt zijn hoed op en boog zijn hoofd ter ere van de overleden generaal, terwijl hij deze korte, maar oprechte hulde uitsprak: "Er was een generaal, die een echte generaal was, eerlijk, dapper en waarachtig."

Union-generaal John A. Rawlins, stafchef van Ulysses Grant, leed gedurende een groot deel van de oorlog aan tuberculose, zoals te zien is aan zijn uitgemergelde uiterlijk op deze foto. Hij stierf aan de ziekte in 1869 op 38-jarige leeftijd, terwijl hij diende als minister van oorlog van president Grant. (Nationaal Archief)

De Witte Pest

Een gemeenschappelijke vijand doodde Marcellus Crocker

Bijna 14.000 soldaten stierven tijdens de burgeroorlog aan tuberculose. De ziekte, veroorzaakt door bacteriën die de longen aantasten, werd gemakkelijk verspreid in de krappe woonruimtes die tijdens het conflict gebruikelijk waren. Symptomen van de ziekte zijn onder meer chronische hoest, koorts, nachtelijk zweten en ernstig gewichtsverlies dat zo kenmerkend was voor de ziekte in de 19e eeuw dat het 'consumptie' werd genoemd. Effectieve behandelingen waren pas beschikbaar in het begin van de 20e eeuw nadat Robert Koch bacteriën had geïdentificeerd dat veroorzaakte het, een ontdekking waarvoor hij een Nobelprijs kreeg. Voor die tijd eiste het talloze slachtoffers zonder discriminatie, eeuwenlang een belangrijke doodsoorzaak, wat burgeroorlogveteraan Oliver Wendell Holmes ertoe bracht het 'de witte plaag' te noemen. –Melissa A. Winn


ROME: VAN FASCISME NAAR BEVRIJDING

Het Theater van Marcellus werd rond 13 vGT ingewijd ter ere van de neef van keizer Augustus. In die tijd was het het grootste theater van Rome. Het was 30 meter hoog en bood plaats aan ongeveer 20.000 mensen. Zoals in veel Romeinse bouwwerken, werd het theater ontworpen met een reeks gewelven die zowel decoratie als kracht aan de structuur toevoegen. In tegenstelling tot constructies zoals het Colosseum, gebruikt dit gebouw echter ook betonnen hellingen in plaats van trappen om zich een weg omhoog te banen naar de verschillende niveaus. Het bood oorspronkelijk plaats aan ongeveer 11.000 toeschouwers. Hoewel het theater zelf van beton is, werd het volledig geconfronteerd met travertijn en verschillende orden van geëngageerde Griekse zuilen. Er wordt gespeculeerd dat het theater oorspronkelijk werd gebouwd als een manier om te wedijveren met het theater van Pompey, maar er is geen feitelijk bewijs om die bewering te ondersteunen.

Tot Mussolini zijn aandacht richtte op het Theater van Marcellus in 1926 als onderdeel van zijn nieuwe "Romanita", was het theater vol met stapels oude ruïnes, winkels, hutten en elke willekeurige vorm van willekeur die zich in de loop van duizenden jaren heeft opgebouwd. Op dit punt was zoveel van het theater begraven dat er echt geen manier was om te weten hoeveel van de structuur er nog was of dat wat werd gezien zelfs ergens mee verbonden was. Archeologen hadden in de vroege jaren 1900 een beetje onderzoek gedaan, maar zelfs zij konden het niet met zekerheid zeggen. Mussolini waagde zijn kans en gaf opdracht het gebied volledig te ontruimen en het theater in een herkenbare staat te herstellen. Zoals gebruikelijk bij de opgravingen van Mussolini leidde dit ertoe dat alle huizen en winkels in het gebied volledig werden gesloopt. De enige mensen die mochten blijven waren de Orisini's die het theater al tientallen jaren 'bezaten'. Tegen het einde van de opgravingen in 1932 was meer dan driekwart van de façade te zien, was de tongewelf ontruimd en waren ijzeren poorten geïnstalleerd. Mussolini was best trots om deze "Colosseum-look-alike" op te nemen in zijn repertoire van oude Romeinse ruïnes.

FOTO BOVEN: Mussolini maakt een rondleiding door de opgravingen van het Theater van Marcellus in 1927 en de archeologische vondsten.


Bron: ASIL: Mussolini visita l'area del Teatro Marcello - 03.10.1927In primo piano ruderi e ritrovamenti archeologici edifici in demolizione in fondo Mussolini, con i resposabili dei lavori.


Theater van Marcellus

Theater van Marcellus werd gebouwd op een plek vóór de tempel van Apollo Sosianus, waarschijnlijk dezelfde plek waar in de republikeinse periode een tijdelijk theater was. De bouw ervan was begonnen door Caesar, maar hij had waarschijnlijk tijd om weinig meer te doen dan de site te ontruimen door een deel van het Circus Flaminius te slopen.

Het theater werd voltooid door Augustus, die het in 13 of 11 voor Christus opdroeg aan zijn neef Marcellus, zijn aangewezen erfgenaam die tien jaar eerder voortijdig was overleden. Het theater was meer dan 32 meter hoog en de cavea (het halfrond, met zitplaatsen voor het publiek) had een diameter van 130 meter en hield over 15.000 mensen .

Het gebouw zoals we het nu zien, is gedeeltelijk veranderd door de bovenbouw die in latere eeuwen is toegevoegd, maar de algemene contouren van de oorspronkelijke architectuur zijn nog steeds duidelijk zichtbaar.

In Rome werden de theatrale voorstellingen, die zo belangrijk waren in de verkiezingscampagnes, meestal bewaard in een provisorisch houten theater, vlakbij de oude Tempel van Apollo op de Campus Martius. Pas in 55 v. Chr. bouwde Pompey het eerste gemetselde theater van de stad. De structuur die door Caesar was voorbereid, bevond zich op exact dezelfde plaats als het provvisorische theater.

Theater van Marcellus (Teatro di Marcello) is een oud openluchttheater in Rome, Italië. Rome architectuur en mijlpaal.

Het theater had op effectieve bases moeten worden gebouwd en de voorkant werd aangeboden met een buitenkant van 41 bogen, omlijst door geëngageerde kolommen, op 3 verdiepingen. De allereerste 2 vloeren zijn Dorische en Ionische orden, de 3e, die absoluut niets blijft, moet een zolder zijn geweest in de buurt van Corinthische pilasters.

Theater Marcellus, uitzicht vanaf Capitolijnse heuvel '8211 Rome, Italië

Ruïnes – Teatro di Marcello, Rome – Italië

Het interieur ambulante en de radiale wanden van de cunei (wigvormige sectoren van stoelen) blijven in opus quadratum van tufsteen voor de eerste 10 meter naar beneden, in opus caementicium met een bekleding van opus reticulatum in het binnenste gedeelte. Er is zelfs vastgesteld dat de cavea (diam. 129,80 m.) daartussen zou kunnen standhouden 15.000 en 20.000 kijkers, waardoor het het grootste theater in Rome was wat betreft de capaciteit van het publiek. Voorbij het orkest (diam. m. 37) was de fase, die absoluut niets blijft.

Oud openluchttheater van Marcellus in Rome, Italië

Aan weerszijden waren apsed-hallen, waarvan een pijler en een kolom van één nog overeind staan. Achter de fase was een grote halfronde exedra met 2 kleine tempels. De structuur was eveneens zichtbaar vanwege het overvloedige decor, dat nog steeds zichtbaar is in de Dorische fries op de lagere orde.

Drie zuilen van de tempel van Apollo, met hun hoofdgestel, staan ​​nog steeds voor het Marcellus-theater. Deze tempel werd gerestaureerd in 34 voor Christus. door de consul C. Sosius, en werd voorzien van prachtige kunstwerken.

De vernietiging van het Theater van Marcellus begon al in 370 na Christus door toedoen van de Romeinen zelf, die blokken ervan gebruikten om de nabijgelegen Brug van Cestius. Het sloopwerk ging sporadisch door tot de 12e eeuw, toen, in de loop van de strijd van de adellijke families onderling en tegen de pausen en keizers, sommige van de eerstgenoemden een fort bouwden op de overblijfselen van het theater.

Theater van Marcellus, Rome. Nu en dan (historische vernauwingskunst). Bron: Archeologie & Art

Tijdens de middeleeuwen werd het theater van Marcellus bezet door de Savelli familie en in de achttiende eeuw door de Orsini. Het 16e-eeuwse Palazzo Orsini bevindt zich op de derde verdieping van het theater van Marcellus. Het bovenste deel van de cavea, bewaard tot een hoogte van 20 meter, is nu opgenomen in een paleis dat aan het begin van de zestiende eeuw werd ontworpen door Baldassarre Peruzzi. Het huidige uiterlijk en de isolatie van de gebouwen eromheen zijn het resultaat van sloopwerkzaamheden in 1926-1932.


Geschiedenis

"Dit theater, dat tot de tien grootste in de Verenigde Staten behoort, is gebouwd en zal worden geëxploiteerd als "Richmond's Own Theatre." Bron: Opening Night Program, 28 oktober 1927.

Na zeven jaar plannen en twee jaar bouwen, opende op die herfstavond meer dan 90 jaar geleden het Moskee Theater met de afscheidsvoorstelling van operalegende Madame Ernestine Schumann-Heink.

Het moskeetheater was in 1918 het geesteskind van Clinton L. Williams, potentaat van de ACCA-tempel, edelen van het mystieke heiligdom. Williams vond dat zijn broederlijke organisatie de ontmoetingsplaats was ontgroeid, dus begon hij een locatie te bouwen die elke andere Shriner-faciliteit zou overtreffen, en zo een amusementspaleis voor de stad Richmond zou creëren. Ontworpen door architecten Marcellus Wright, Sr., Charles M. Robinson en Charles Custer Robinson, omvatten de oorspronkelijke plannen een theater met 4.600 zitplaatsen, vier lounges, zes lobby's, 18 kleedkamers, 42 hotelkamers, een gymzaal, kleedkamers, een zwembad, een bowlingbaan met drie banen, kantoren en een restaurant genaamd "The Mosque Grill". Het prijskaartje voor de bouw van het theater was $ 1,65 miljoen.

De stad kocht de moskee van de Shriners in 1940 en een renovatie in 1994-95 herstelde zijn pracht. Een van de bekendste en meest opvallende gebouwen in Richmond, de Altria, behoort ook tot de populairste podia van de stad voor theater- en muziekuitvoeringen. Enkele van Amerika's grootste entertainers zijn op het podium verschenen onder de torenhoge minaretten en woestijnmuurschilderingen. De Altria staat bekend om zijn uitstekende akoestiek en biedt nu plaats aan 3.565 zitplaatsen. De balzaal Altria is ook gastheer van tal van gala-aangelegenheden en de balzaal heeft een capaciteit van 1.000 en een zittende capaciteit van 600.

Het Altria Theatre in Richmond ligt ten westen van het centrum van Richmond, tegenover het historische Monroe Park. Het theater dat eigendom is van de stad Richmond ligt midden op de campus van de Virginia Commonwealth University en biedt nu onderdak aan een verscheidenheid aan evenementen, waaronder Broadway-producties, The Richmond Forum, concerten, cabaretiers, kindertheater, lezingen, aanvang van de school en mode shows.


Theater van Marcellus - Geschiedenis

Marcellus
(legendarisch, overleden 208 v.G.T.)

Vertaald door John Dryden

Ze zeggen dat Marcus Claudius, die vijf keer consul van de Romeinen was, de zoon van Marcus was en dat hij de eerste van zijn familie was die Marcellus heette, dat wil zeggen krijgshaftig, zoals Posidonius bevestigt. Hij was inderdaad door lange ervaring bedreven in de kunst van het oorlogvoeren, had een sterk lichaam, moedig van hand en was door zijn natuurlijke neigingen verslaafd aan oorlog. Deze opvliegendheid en hitte toonde hij opvallend in de strijd, in andere opzichten was hij bescheiden en gedienstig, en tot dusver leergierig van Griekse geleerdheid en discipline, om degenen die daarin uitblonken te eren en te bewonderen, hoewel hij er zelf geen vaardigheid in bereikte. gelijk aan zijn verlangen, vanwege zijn werkgelegenheid. Want als er ooit mensen waren die, zoals Homerus zegt, de hemel...

"Van hun eerste jeugd tot hun uiterste leeftijd"
Benoemd de moeizame oorlogen om te voeren," zeker waren het de belangrijkste Romeinen van die tijd die in hun jeugd oorlog voerden met de Carthagers op Sicilië, op hun middelbare leeftijd met de Galliërs ter verdediging van Italië zelf en uiteindelijk, toen ze oud waren geworden , worstelde opnieuw met Hannibal en de Carthagers, en wilden in hun laatste jaren wat aan de meeste mannen wordt verleend, vrijstelling van militaire inspanningen van hun rang en hun grote kwaliteiten, waardoor ze nog steeds worden opgeroepen om het commando op zich te nemen.

Marcellus, onwetend of onbekwaam van geen enkele vorm van vechten, overtrof zichzelf in een tweegevecht, hij sloeg nooit een uitdaging af en nam nooit aan zonder zijn uitdager te doden. Op Sicilië beschermde en redde hij zijn broer Otacilius toen hij in de strijd werd omsingeld, en doodde hij de vijanden die hem onder druk zetten waarvoor hij door de generaals was opgedragen, terwijl hij nog maar jong was, kronen en andere eervolle beloningen en, zijn goede kwaliteiten die zich steeds meer vertoonden, werd hij door het volk en door de hogepriesters Augur geschapen, Curule Aedile, dat priesterschap is waaraan de wet voornamelijk het observeren van voortekenen toekent. In zijn Aedileship bracht een bepaald ongeluk hem tot de noodzaak om een ​​afzettingsprocedure in de senaat te brengen.Hij had een zoon genaamd Marcus, van grote schoonheid, in de bloei van zijn leeftijd, en niet minder bewonderd om de goedheid van zijn karakter. Deze jongeman, Capitolinus, een stoutmoedige en ongemanierde man, Marcellus' collega, probeerde misbruik te maken. De jongen stootte hem eerst zelf af, maar toen de ander hem weer vervolgde, vertelde hij het aan zijn vader. Marcellus, hoogst verontwaardigd, beschuldigde de man in de senaat: waar hij, na een beroep te hebben gedaan op de volkstribunen, met verschillende verschuivingen en uitzonderingen trachtte te ontkomen aan de beschuldiging en, toen de tribunen hun bescherming weigerden, de aanklacht door platte ontkenning verwierp. Omdat er geen getuige was van het feit, vond de senaat het gepast om de jeugd zelf voor zich te roepen: toen ze getuige waren van wiens blos en tranen en schaamte vermengd met de hoogste verontwaardiging, zonder verder bewijs van de misdaad te zoeken, veroordeelden ze Capitolinus en zetten hem een ​​boete opgelegd van het geld waarvan Marcellus zilveren vaten als plengoffer liet maken, die hij aan de goden opdroeg.

Na het einde van de eerste Punische oorlog, die één-en-twintig jaar duurde, ontstond het zaad van Gallische opschudding en begon Rome opnieuw te kwellen. De Insubrianen, een volk dat de subalpiene regio van Italië bewoont, sterk in hun eigen strijdkrachten, riepen uit de andere Galliërs hulp op van huursoldaten, genaamd Gaesatae. En het was een soort wonder, en bijzonder geluk voor Rome, dat de Gallische oorlog niet samenviel met de Punische, maar dat de Galliërs met getrouwheid als toeschouwers stil hadden gestaan, terwijl de Punische oorlog voortduurde, alsof ze onder verbintenis om de overwinnaars af te wachten en aan te vallen, en waren nu alleen vrij om naar voren te komen. Toch wekte de positie zelf en de oude bekendheid van de Galliërs niet weinig angst in de hoofden van de Romeinen, die op het punt stonden een oorlog zo dicht bij huis en aan hun eigen grenzen te beginnen en de Galliërs beschouwden, omdat ze eens hun stad, met meer vrees dan enig volk, zoals blijkt uit de wet die vanaf die tijd voorzag dat de hogepriesters vrijstelling zouden genieten van alle militaire plichten, behalve alleen bij Gallische opstanden.

Ook de grote voorbereidingen die de Romeinen op de oorlog troffen (want er is niet gemeld dat het volk van Rome ooit zoveel legioenen in de strijd heeft gehad, daarvoor of daarna), en hun buitengewone offers, waren duidelijke argumenten van hun angst. Want hoewel ze het meest afkerig waren van barbaarse en wrede riten, en meer dan enig volk dezelfde vrome en eerbiedige gevoelens van de goden koesterden met de Grieken, toch, toen deze oorlog over hen kwam, waren ze toen, uit sommige profetieën in de Sibillen, boeken, een paar Grieken, een man, de andere vrouw en eveneens twee Galliërs, een van elk geslacht, levend onder de grond gezet op de markt die de beestenmarkt wordt genoemd: tot op de dag van vandaag doorgaan met het aanbieden van bepaalde ceremoniële vieringen aan deze Grieken en Galliërs in de maand november.

In het begin van deze oorlog, waarin de Romeinen soms opmerkelijke overwinningen behaalden en soms schandelijk werden verslagen, werd er niets gedaan om de strijd vast te stellen totdat Flaminius en Furius, als consuls, grote troepenmachten tegen de Insubrianen leidden. Op het moment van hun vertrek zag men de rivier die door het land van Picenum stroomt met bloed stromen. Er was een bericht dat er ooit drie manen waren gezien in Ariminum en in de consulaire vergadering verklaarden de auguren dat de consuls onterecht waren geweest en onheilspellend gemaakt. De senaat zond daarom onmiddellijk brieven naar het kamp, ​​waarin hij de consuls zo spoedig mogelijk naar Rome terugriep en hen beval af te zien van optreden tegen de vijanden en afstand te doen van het consulaat bij de eerste gelegenheid. Toen deze brieven naar Flaminius werden gebracht, stelde hij ze uit ze te openen totdat hij, nadat hij de vijandelijke troepen had verslagen en op de vlucht had gedreven, hun grenzen verspilde en verwoestte. De mensen gingen daarom niet uit om hem te ontmoeten toen hij terugkeerde met enorme buit, ja, omdat hij niet onmiddellijk het bevel in de brieven had gehoorzaamd, waarmee hij werd teruggeroepen, maar ze veracht en veracht, ze stonden bijna op het punt hem te ontkennen de eer van een triomf. Evenmin was de triomf eerder voorbij dan dat ze hem, samen met zijn collega, uit de magistratuur zetten en hen tot de staat van burgers terugbrachten. Als alle dingen in Rome zo afhankelijk waren gemaakt van religie, zouden ze geen enkele minachting van de voortekenen en de oude riten toestaan, ook al werden ze met het grootste succes gevolgd: men meende dat het voor de openbare veiligheid van groter belang was dat de magistraten eerbied zouden hebben de goden, dan dat zij hun vijanden zouden overwinnen. Zo schiep Tiberius Sempronius, die vanwege zijn oprechtheid en deugdzaamheid de burgers hoog in het vaandel hadden staan, Scipio Nasica en Caius Marcius consuls in het leven om hem op te volgen en toen ze naar hun provincies waren gegaan, belichtte hij boeken over de religieuze vieringen, waar hij iets vond dat hij niet had geweten waarvoor was dit. Toen de consul zijn auspiciën onder zijn hoede nam, zat hij zonder de stad in een huis of tent, gehuurd voor die gelegenheid, maar als het gebeurde dat hij om een ​​dringende reden naar de stad terugkeerde, zonder nog bepaalde tekenen te hebben gezien, was verplicht dat eerste gebouw of die tent te verlaten en een ander te zoeken om het onderzoek te herhalen. Tiberius, zo lijkt het, had, in onwetendheid hiervan, tweemaal hetzelfde gebouw gebruikt voordat hij de nieuwe consuls aankondigde. Nu hij zijn fout begreep, verwees hij de zaak naar de senaat: de senaat negeerde deze kleine fout ook niet, maar schreef er spoedig uitdrukkelijk over aan Scipio Nasica en Caius Marcius, die hun provincies verlieten en onverwijld naar Rome terugkeerden, hun magistratuur. Dit gebeurde in een latere periode. Omstreeks dezelfde tijd werd ook het priesterschap afgenomen van twee zeer grote eervolle mannen, Cornelius Cethegus en Quintus Sulpicius: van de eerste, omdat hij niet terecht de ingewanden had uitgehouden van een beest dat door de laatste was geslacht om te offeren, omdat , terwijl hij aan het slachten was, was de getufte muts die de Flamens dragen van zijn hoofd gevallen. Minucius, de dictator, die Caius Flaminius al tot meester van het paard had benoemd, legden zich af van zijn bevel, omdat het gepiep van een muis werd gehoord, en zetten anderen op hun plaats. En toch, niettegenstaande, door zo angstig deze kleine aardigheden te observeren, kwamen ze niet op enig bijgeloof terecht, omdat ze nooit afweken van de vieringen van hun voorouders en ze ook niet overtroffen.

Zodra Flaminius samen met zijn collega het consulaat had verlaten, werd Marcellus door de voorzittende officieren, Interrexes genaamd, tot consul verklaard en, toen hij in de magistratuur trad, koos hij Cnaeus Cornelius als zijn collega. Er was een bericht dat, de Galliërs die een pacificatie voorstelden, en de senaat die ook neigde naar vrede, Marcellus het volk tot oorlog had aangezet, maar een vrede lijkt te zijn overeengekomen, die de Gaesatae braken die, toen ze de Alpen passeerden, de Insubrians ophitsen (zij waren dertigduizend in aantal, en de Insubrians verreweg talrijker) en trots op hun kracht, marcheerden rechtstreeks naar Acerrae, een stad gelegen aan de noordkant van de rivier de Po. Vandaar viel Britomartus, koning van de Gaesatae, met tienduizend soldaten het land rondom lastig. Waarvan het nieuws aan Marcellus wordt gebracht, zijn collega in Acerrae achterlatend met de voet en al de zware armen en een derde deel van het paard, en de rest van het paard en zeshonderd lichtarmige voeten met zich meedragend, dag en nacht marcherend zonder vergeving bleef hij niet tot hij deze tienduizend bereikte in de buurt van een Gallisch dorp genaamd Clastidium, dat niet lang daarvoor onder de Romeinse jurisdictie was teruggebracht. Hij had ook geen tijd om zijn soldaten op te frissen of rust te geven. Want de barbaren, die toen aanwezig waren, merkten onmiddellijk zijn nadering op en verachtten hem, omdat hij maar weinig voeten bij zich had. De Galliërs waren buitengewoon bedreven in het rijkunsten en dachten daarin uit te blinken en aangezien ze op dit moment ook Marcellus in aantal overtroffen, hielden ze geen rekening met hem. Daarom vielen ze, met hun koning aan het hoofd, onmiddellijk op hem aan, alsof ze hem onder de voeten van hun paarden wilden vertrappen, en dreigden met allerlei wreedheden. Marcellus, omdat zijn mannen met weinig waren, om niet door de vijand te worden omsingeld en aan alle kanten aangevallen, strekte zijn paardenvleugels uit, en terwijl hij rondreed, spande hij zijn voetvleugels in de lengte uit, totdat hij dicht bij de vijand kwam. . Net toen hij zich omdraaide om de vijand onder ogen te zien, gebeurde het dat zijn paard, geschrokken van hun felle blik en hun geschreeuw, teruggaf en hem met geweld opzij droeg. Uit angst dat dit ongeluk, als het in een voorteken zou veranderen, zijn soldaten zou ontmoedigen, bracht hij snel zijn paard om de vijand te confronteren, en maakte een gebaar van aanbidding naar de zon, alsof hij niet bij toeval was rondgereden, maar voor een doel van toewijding. Want het was de gewoonte dat de Romeinen, wanneer ze de goden aanbaden, zich omdraaiden en op dit moment dat ze de vijand ontmoetten, zou hij Jupiter Feretrius het beste van zijn wapens hebben gezworen.

De koning van de Galliërs die Marcellus aanschouwde, en op grond van de insignes van zijn autoriteit vermoedende dat hij de generaal was, rukte een eind op voor zijn omstreden leger, en daagde hem met luide stem uit, zwaaiend met zijn lans, rende hij in volle loopbaan naar hij overtrof de rest van de Galliërs in gestalte, en met zijn wapenrusting, dat was versierd met goud en zilver en verschillende kleuren, glanzend als de bliksem. Deze wapens die Marcellus toescheen, terwijl hij het in Battalia opgestelde leger van de vijand als de beste en eerlijkste beschouwde, en denkend dat dit de wapens waren die hij aan Jupiter had gezworen, rende hij ogenblikkelijk op de koning af en doorboorde zijn borstplaat met zijn lans drukte toen op hem met het gewicht van zijn paard, wierp hem op de grond en doodde hem met nog twee of drie slagen. Onmiddellijk sprong hij van zijn paard, legde zijn hand op de arm van de dode koning en, opkijkend naar de hemel, sprak hij aldus: "O Jupiter Feretrius, scheidsrechter van de heldendaden van kapiteins en van de daden van commandanten in oorlog en veldslagen, zijt gij getuig dat ik, een generaal, een generaal heb gedood: ik, een consul, heb met mijn eigen hand een koning gedood, het derde deel van alle Romeinen en dat ik u deze eerste en meest voortreffelijke buit wijd. stuur de overblijfselen van de oorlog met dezelfde koers van fortuin." Het Romeinse paard dat niet alleen de strijd aanging met het paard van de vijand, maar ook met de voet die hen aanviel, behaalde een unieke en ongehoorde overwinning. Want nooit eerder of sindsdien hebben zo weinig paarden zoveel krachten van paard en voet samen verslagen. Omdat er een groot aantal vijanden waren gesneuveld en de buit was verzameld, keerde hij terug naar zijn collega, die de oorlog voerde, met weinig succes, tegen de vijanden in de buurt van de grootste en dichtstbevolkte van de Gallische steden, Milaan. Dit was hun hoofdstad, en daarom werden ze, terwijl ze dapper vochten om het te verdedigen, niet zozeer belegerd door Cornelius als wel door hem. Maar toen Marcellus was teruggekeerd en de Gaesatae zich terugtrokken zodra ze de dood van de koning en de nederlaag van zijn leger hadden gehoord, werd Milaan ingenomen. De rest van hun steden, en alles wat ze hadden, leverden de Galliërs uit eigen beweging over aan de Romeinen, en kregen vrede op billijke voorwaarden die hun werden verleend.

Alleen Marcellus zegevierde, bij besluit van de senaat. De triomf was in pracht, weelde, buit en de gigantische lichamen van de gevangenen het meest opmerkelijk. Maar het meest dankbare en zeldzame schouwspel was de generaal zelf, die de armen van de barbaarse koning naar de god droeg aan wie hij ze had gezworen. Hij had een lange en rechte stam van een eik genomen, gesnoeid en omgevormd tot een trofee. Hierop bevestigde hij en hing rond de armen van de koning, waarbij hij alle stukken op hun geschikte plaatsen rangschikte. Terwijl de stoet plechtig naderbij kwam, klom hij met deze trofee op de wagen en zo werd hij, zelf het mooiste en meest glorieuze triomfantelijke beeld, de stad binnengebracht. Het leger, getooid met glanzende wapenrusting, volgde in volgorde, en met verzen die voor de gelegenheid waren gecomponeerd, en met overwinningsliederen vierden ze de lof van Jupiter en hun generaal. Toen hij de tempel van Jupiter Feretrius binnenging, wijdde hij zijn geschenk aan de derde, en ter nagedachtenis aan de laatste, die dat ooit deed. De eerste was Romulus, nadat hij Acron, koning van de Caeninenses, had gedood; de tweede, Cornelius Cossus, die Tolumnius de Etruskische doodde: na hen Marcellus, die Britomartus, koning van de Galliërs na Marcellus, had gedood, niemand. De god aan wie deze buit werd gewijd, heet Jupiter Feretrius, naar de trofee die op het feretrum wordt gedragen, een van de Griekse woorden die toen nog in groten getale in het Latijn bestonden: of, zoals anderen zeggen, het is de achternaam van de Donderende Jupiter afgeleid van ferire, slaan. Anderen zijn er die de naam zouden willen afleiden uit de slagen die in gevechten worden gegeven, want zelfs nu in veldslagen, wanneer ze hun vijanden aandringen, roepen ze elkaar voortdurend toe, slaan, in het Latijn feri. Buit in het algemeen noemen ze Spolia, en deze in het bijzonder Opima hoewel ze inderdaad zeggen dat Numa Pompilius in zijn commentaren melding maakt van de eerste, tweede en derde Spolia Opima en dat hij voorschrijft dat de eerste genomen wordt gewijd aan Jupiter Feretrius , de tweede naar Mars, de derde naar Quirinus en ook dat de beloning van de eerste driehonderd ezels van de tweede is, tweehonderd van de derde, honderd. Het algemene verhaal overheerst echter dat die buit alleen Opima is, die de generaal als eerste in de strijd inneemt, en neemt van de opperbevelhebber van de vijand, die hij met zijn eigen hand heeft verslagen. Maar hiervan genoeg. De overwinning en het einde van de oorlog was zo welkom voor het volk van Rome, dat ze Apollo van Delphi, als getuigenis van hun dankbaarheid, een geschenk van een gouden beker van honderd pond gewicht stuurden, en schonken een groot deel van de buit naar hun geassocieerde steden, en zorgde ervoor dat er ook veel geschenken werden gestuurd naar Hiero, koning van de Syracusanen, hun vriend en bondgenoot.

Toen Hannibal Italië binnenviel, werd Marcellus met een vloot naar Sicilië gestuurd. En toen het leger bij Cannae was verslagen, en vele duizenden van hen waren omgekomen, en enkelen hadden zichzelf gered door naar Canusium te vliegen, en allen waren bang dat Hannibal, die de kracht van het Romeinse leger had vernietigd, onmiddellijk zou oprukken met zijn zegevierende troepen naar Rome, stuurde Marcellus eerst vijftienhonderd soldaten van de vloot om de stad te beschermen. Toen hij op bevel van de senaat naar Canusium ging en had gehoord dat veel van de soldaten op die plaats waren samengekomen, leidde hij hen uit de vestingwerken om te voorkomen dat de vijand het land zou verwoesten. De belangrijkste Romeinse bevelhebbers hadden de meesten van hen in veldslagen laten vallen en de burgers klaagden dat de extreme voorzichtigheid van Fabius Maximus, wiens integriteit en wijsheid hem het hoogste gezag gaven, grensde aan verlegenheid en passiviteit. Ze vertrouwden hem om hen buiten gevaar te houden, maar konden niet verwachten dat hij hen in staat zou stellen wraak te nemen. Daarom richtten zij hun gedachten op Marcellus, in de hoop zijn vrijmoedigheid, vertrouwen en stiptheid te combineren met Fabius' voorzichtigheid en voorzichtigheid en de een voor de ander te temperen, stuurden zij, soms beide met consulair bevel, soms de een als consul, de andere als proconsul, tegen de vijand. Posidonius schrijft dat Fabius de beukelaar werd genoemd, Marcellus het zwaard van Rome. Zeker, Hannibal zelf bekende dat hij Fabius vreesde als een schoolmeester, Marcellus als een tegenstander: de eerste, uit vrees dat hij verhinderd zou worden om kwaad te doen, de laatste, opdat hij zelf geen schade zou oplopen.

En eerst, toen onder Hannibals soldaten, trots op hun overwinning, onzorgvuldigheid en stoutmoedigheid tot grote hoogte waren gegroeid, viel Marcellus al hun achterblijvers en plunderaars aan, sneed hen af ​​en verminderde beetje bij beetje hun troepen. Vervolgens bracht hij hulp aan de Neopolitanen en Nolans, bevestigde hij de gedachten van de eersten, die inderdaad uit eigen beweging trouw genoeg waren aan de Romeinen, maar in Nola vond hij een staat van onenigheid, omdat de senaat niet in staat was om te regeren en te handhaven. bij de gewone mensen, die over het algemeen voorstanders waren van Hannibal. Er was in de stad ene Bantius, een man die bekend stond om zijn hoge afkomst en moed. Deze man werd, nadat hij hevig had gevochten bij Cannae en veel van de vijanden had gedood, uiteindelijk gevonden in een hoop lijken, bedekt met pijlen, en werd naar Hannibal gebracht, die hem zo eerde, dat hij niet stuurde hem alleen weg zonder losgeld, maar sloot ook vriendschap met hem en maakte hem tot zijn gast. Uit dankbaarheid voor deze grote gunst werd hij een van de sterkste aanhangers van Hannibal en drong hij er bij het volk op aan in opstand te komen. Marcellus kon er niet toe worden gebracht een man van zo'n eminente, die zulke gevaren had doorstaan ​​in de strijd aan de Romeinse zijde, ter dood te brengen, maar, wetende dat hij daartoe in staat was, door de algemene vriendelijkheid van zijn gezindheid, en in het bijzonder door de aantrekkelijkheid van zijn toespraak Toen Bantius hem op een dag groette, vroeg hij hem wie hij niet was, omdat hij hem niet eerder kende, om een ​​karakter te winnen wiens hartstocht voor eer was, maar op zoek naar een gelegenheid voor verder overleg. Toen Bantius had verteld wie hij was, antwoordde Marcellus, schijnbaar verrast met vreugde en verwondering: "Bent u die Bantius die door de Romeinen werd geprezen boven de rest die bij Cannae vocht, en lof als de enige man die niet alleen de consul niet in de steek liet Paulus Aemilius, maar ontving in zijn eigen lichaam veel pijlen die naar hem werden gegooid?" Bantius die erkende dat hij die man was en zijn littekens liet zien: "Waarom dan," zei Marcellus, "ben je dan niet, met zulke bewijzen om je genegenheid jegens ons te tonen, bij mijn eerste aankomst hier? denken dat we niet bereid zijn om degenen die welverdiend hebben en die zelfs door onze vijanden worden geëerd, met gunsten te vergelden?" Hij vervolgde zijn hoffelijkheid door een geschenk van een oorlogspaard en vijfhonderd drachmen in geld. Vanaf die tijd werd Bantius de trouwste assistent en bondgenoot van Marcellus, en een fervente ontdekker van degenen die innovatie en opruiing probeerden.

Dit waren er velen, en ze waren een samenzwering aangegaan om de bagage van de Romeinen te plunderen, wanneer ze een inval zouden doen tegen de vijand. Marcellus, die zijn leger in de stad had gebundeld, plaatste daarom de bagage dicht bij de poorten en verbood de Nolans bij een edict om naar de muren te gaan. Zo was er buiten de stad geen wapen te zien waarmee hij Hannibal verleidde om met zijn leger in de een of andere wanorde naar de stad te gaan, denkend dat de zaken daar in rep en roer waren. Toen viel Marcellus, de dichtstbijzijnde poort die, zoals hij had bevolen, opengeworpen en met de bloem van zijn paard ervoor naar buiten, de vijand aan. Langs de voet, uitvallend uit een andere poort, met een luide schreeuw deed mee aan de strijd. En terwijl Hannibal een deel van zijn strijdkrachten tegen hen verzet, wordt ook de derde poort geopend, waaruit de rest naar buiten breekt, en van alle kanten valt op de vijanden, die verbijsterd waren over deze onverwachte ontmoeting en slechts zwak weerstand boden aan degenen met met wie ze het eerst bezig waren geweest, vanwege hun aanval door deze anderen die later uitvielen.Hier werden Hannibals soldaten, met veel bloedvergieten en vele wonden, teruggeslagen naar hun kamp, ​​en voor het eerst keerden ze de Romeinen de rug toe. Er vielen in deze actie, zoals wordt verteld, meer dan vijfduizend van de Romeinen, niet meer dan vijfhonderd. Livius bevestigt niet dat de overwinning of de slachting van de vijand zo groot was, maar het is zeker dat het avontuur Marcellus grote glorie heeft gebracht en de Romeinen, na hun rampspoed, een grote opleving van vertrouwen, zoals ze nu begonnen te koesteren de hoop dat de vijand met wie ze streden niet onoverwinnelijk was, maar net als zijzelf vatbaar voor nederlagen.

Daarom herinnerden de mensen Marcellus, omdat de andere consul was overleden, zodat ze hem op zijn plaats konden zetten en, ondanks de magistraten, erin slaagden de verkiezing uit te stellen tot zijn aankomst, toen hij door alle verkiezingen tot consul was benoemd. Maar omdat het onweerde, volgens de voortekens dat hij niet legitiem was geschapen, en toch niet durfde, uit angst voor de mensen, om hun vonnis openlijk uit te spreken, nam Marcellus vrijwillig ontslag uit het consulaat, maar behield hij zijn bevel. Nadat hij tot proconsul was gemaakt en terugkeerde naar het kamp bij Nola, begon hij degenen lastig te vallen die de partij van de Carthagers volgden, op wiens komst met de snelheid om hen te helpen, Marcellus een uitdaging voor een vastgestelde strijd afsloeg, maar toen Hannibal een partij had uitgezonden om te plunderen, en nu geen strijd verwachtte, brak hij met zijn leger op hem uit. Hij had lange lansen aan de voet uitgedeeld, zoals die gewoonlijk worden gebruikt in zeegevechten en hen opgedragen ze met grote kracht op geschikte afstanden te werpen tegen de vijanden, die onervaren waren in die manier van schieten, en die gebruikten om met korte pijlen te vechten. overhandigen. Dit schijnt de oorzaak te zijn geweest van de totale nederlaag en open vlucht van alle Carthagers die toen betrokken waren, er vielen van hen vijfduizend vier olifanten werden gedood, en twee werden meegenomen, maar wat van het grootste moment was, op de derde dag daarna, meer dan driehonderd paarden, Spanjaarden en Numidiërs gemengd, verlieten hem, een ramp die tot op die dag nog nooit was gebeurd met Hannibal, die een leger van barbaren in harmonie bijeen had gehouden, verzameld uit vele verschillende en dissonante naties. Marcellus en zijn opvolgers maakten in deze hele oorlog goed gebruik van de trouwe dienst van deze ruiters.

Hij werd nu voor de derde keer consul en zeilde naar Sicilië. Want het succes van Hannibal had de Carthagers ertoe aangezet om aanspraak te maken op dat hele eiland, voornamelijk omdat na de moord op de tiran Hieronymus alles in Syracuse in rep en roer was geweest. Om die reden hadden de Romeinen ook al eerder een troepenmacht naar die stad gestuurd onder leiding van Appius, als praetor. Terwijl Marcellus dat leger ontving, wierpen zich bij gelegenheid van de volgende ramp een aantal Romeinse soldaten aan zijn voeten. Van degenen die de slag bij Cannae overleefden, waren sommigen ontsnapt door te vluchten, en sommigen werden levend gevangen genomen door de vijand, zo'n grote menigte, dat men dacht dat er niet genoeg Romeinen over waren om de muur van de stad te verdedigen. En toch was de grootmoedigheid en standvastigheid van de stad zo groot dat ze de gevangenen niet van Hannibal zou verlossen, hoewel ze dat voor een klein losgeld had kunnen doen, een decreet van de senaat verbood het en verkoos ze liever te laten om te worden gedood door de vijand, of Italië verkocht en beval dat allen die zichzelf door de vlucht hadden gered, naar Sicilië moesten worden vervoerd en niet mochten terugkeren naar Italië, totdat de oorlog met Hannibal zou zijn beëindigd. Dezen spraken zich daarom, toen Marcellus op Sicilië was aangekomen, in groten getale tot hem en wierpen zich aan zijn voeten, met veel klaagzang en tranen nederig smeekten hem om hen toe te laten tot eervolle dienst en beloofden het te laten blijken door hun toekomstige trouw en inspanning dat die nederlaag eerder door ongeluk dan door lafheid was ontvangen. Marcellus had medelijden met hen en verzocht de senaat per brief dat hij te allen tijde had mogen vertrekken om zijn legioenen uit hen te rekruteren. Na veel discussie over de zaak, besloot de senaat dat ze van mening waren dat het gemenebest de dienst van laffe soldaten niet nodig had, als Marcellus daar misschien anders over dacht, hij er gebruik van mocht maken, op voorwaarde dat niemand van hen bij enige gelegenheid werd geëerd met een kroon of militaire gave, als beloning voor zijn deugdzaamheid of moed. Dit decreet prikte Marcellus en bij zijn terugkeer naar Rome, nadat de Siciliaanse oorlog was beëindigd, verweet hij de senaat die ze hem, die de republiek zo verdiend had, de vrijheid hadden ontzegd om zo een groot aantal burgers in grote rampspoed te verlichten .

In die tijd was Marcellus voor het eerst verbolgen over de verwondingen die hem werden aangedaan door Hippocrates, de commandant van de Syracusanen (die, om zijn goede genegenheid jegens de Carthagers te bewijzen en om de tirannie voor zichzelf te verwerven, een aantal Romeinen in Leontini had gedood), belegerde en nam met geweld de stad Leontini in, maar schendde geen van de stedelingen alleen deserteurs, zoveel als hij nam, onderwierp hij aan de straf van de staven en bijl. Maar Hippocrates zond Syracuse een bericht dat Marcellus de hele volwassen bevolking in het zwaard had gejaagd, en toen hij de Syracusanen tegenkwam, die in tumult waren opgestaan ​​na dat valse bericht, maakte hij zichzelf meester van de stad. Hierop trok Marcellus met zijn hele leger naar Syracuse, sloeg zijn kamp op bij de muur en zond gezanten de stad in om de Syracusanen de waarheid te vertellen over wat er in Leontini was gebeurd. Toen deze door een verdrag niet konden zegevieren, omdat de hele macht nu in handen was van Hippocrates, begon hij de stad zowel over land als over zee aan te vallen. De landstrijdkrachten werden geleid door Appius: Marcellus, met zestig galeien, elk met vijf rijen roeispanen, uitgerust met allerlei wapens en projectielen, en een enorme brug van planken die op acht aan elkaar geketende schepen was gelegd, waarop de motor naar de wierp stenen en pijlen, bestormde de muren, vertrouwend op de overvloed en pracht van zijn voorbereidingen, en op zijn eigen eerdere glorie, wat echter, naar het leek, maar kleinigheden waren voor Archimedes en zijn machines.

Deze machines had hij ontworpen en bedacht, niet als zaken van enig belang, maar als louter amusement in de geometrie in overeenstemming met koning Hiero's wens en verzoek, enige tijd eerder, dat hij zou verminderen om een ​​deel van zijn bewonderenswaardige speculatie in de wetenschap in praktijk te brengen, en door de theoretische waarheid toe te passen aan sensatie en gewoon gebruik, breng het meer binnen de waardering van de mensen in het algemeen. Eudoxus en Archytas waren de eerste grondleggers van deze alom bekende en hooggewaardeerde kunst van de mechanica, die ze gebruikten als een elegante illustratie van geometrische waarheden, en als middel om experimenteel, tot tevredenheid van de zintuigen, conclusies te ondersteunen die te ingewikkeld zijn om bewijs door woorden en diagrammen. Om bijvoorbeeld het probleem op te lossen, dat zo vaak nodig is bij het construeren van geometrische figuren, gezien de twee uitersten, om de twee gemiddelde lijnen van een verhouding te vinden, namen beide wiskundigen hun toevlucht tot instrumenten, waarbij ze bepaalde krommen aanpasten aan hun doel en secties van lijnen. Maar hoe zit het met Plato's verontwaardiging erover en zijn beschimpingen ertegen als louter de corruptie en vernietiging van het ene goed van de geometrie, dat aldus op schandelijke wijze de onbelichaamde objecten van pure intelligentie de rug toekeerde om terug te keren naar gewaarwording en om hulp te vragen? niet te verkrijgen zonder basistoezicht en verdorvenheid) van de materie, zo kwam het dat de mechanica werd gescheiden van de geometrie en, verworpen en verwaarloosd door filosofen, haar plaats innam als een militaire kunst. Archimedes had echter in een schrijven aan koning Hiero, wiens vriend en naaste verwant hij was, verklaard dat gegeven de kracht elk gegeven gewicht zou kunnen worden verplaatst, en zelfs pochte, zo wordt ons verteld, vertrouwend op de kracht van de demonstratie, dat als er een andere aarde was, door erin te gaan, kon hij deze verwijderen. Hiero verbaasd over dit, en hem smekend om dit probleem op te lossen door daadwerkelijk experiment, en een groot gewicht te laten zien dat door een kleine motor werd verplaatst, bevestigde hij dienovereenkomstig op een lastschip uit het arsenaal van de koning, dat niet getrokken kon worden. zonder veel werk en veel mannen het dok uit, haar met veel passagiers en een volle vracht ladend, terwijl hij zelf een tijdje ver weg zat, zonder grote inspanning, maar alleen de kop van de katrol in zijn hand hield en de koorden door graden trok hij het schip in een rechte lijn, zo soepel en gelijkmatig alsof ze in zee was geweest. De koning, verbaasd hierover en overtuigd van de kracht van de kunst, haalde Archimedes over om hem machines te maken die geschikt waren voor alle doeleinden, offensief en defensief, van een belegering. Hiervan heeft de koning zelf nooit gebruik gemaakt, omdat hij bijna zijn hele leven in een diepe rust en in de hoogste welvaart doorbracht. Maar het apparaat was op de meest geschikte tijd klaar voor de Syracusanen, en daarmee ook de ingenieur zelf.

Toen de Romeinen de muren daarom op twee plaatsen tegelijk aanvielen, verlamden angst en consternatie de Syracusanen, in de overtuiging dat niets dat geweld en die krachten kon weerstaan. Maar toen Archimedes zijn motoren begon te gebruiken, schoot hij meteen op de landmacht allerlei raketwapens af, en enorme steenmassa's die neerkwamen met ongelooflijk lawaai en geweld waartegen niemand stand kon houden, want ze sloegen degenen neer op wie ze vielen in hopen en braken al hun gelederen en bestanden. Intussen staken enorme palen uit de muren boven de schepen, sommigen tot zinken gebracht door de grote gewichten die ze van bovenaf op hen neerlieten, anderen tilden ze in de lucht op met een ijzeren hand of snavel als de snavel van een kraanvogel en, toen ze trokken ze aan de boeg omhoog en zetten ze op de kak, ze dompelden ze naar de bodem van de zee of anders werden de schepen, door motoren naar binnen getrokken en rondgedraaid, tegen steile rotsen gesmeten die uitstaken onder de muren, met grote vernietiging van de soldaten die aan boord waren. Een schip werd vaak tot grote hoogte in de lucht getild (een vreselijk iets om te zien), en werd heen en weer gerold en bleef slingeren, totdat alle zeelieden werden uitgegooid, toen het ten slotte tegen de rotsen werd gesmeten, of laten vallen. Bij de locomotief die Marcellus op de brug der schepen bracht, die Sambuca heette, die enigszins leek op een muziekinstrument, werd terwijl hij nog de muur naderde, een stuk rots van tien talenten gewicht losgelaten. een tweede en een derde, die erop sloegen met enorme kracht en een geluid als een donderslag, braken al zijn fundamenten aan stukken, schudden al zijn bevestigingen eruit en maakten het volledig los van de brug. Dus Marcellus, die twijfelde welke raad hij moest volgen, bracht zijn schepen naar een veiligere afstand en liet zijn troepen aan land een terugtocht blazen. Ze namen toen het besluit om, als het mogelijk was, onder de muren te komen, in de nacht denkend dat als Archimedes lange touwen gebruikte om zijn motoren te bespelen, de soldaten nu onder schot zouden zijn, en de pijlen zouden, bij gebrek aan van voldoende afstand om ze te werpen, zonder effect over hun hoofd vliegen. Maar hij, zo leek het, had voor dergelijke gelegenheden lang tevoren motoren ontworpen die geschikt waren voor elke afstand, en kortere wapens en had talloze kleine openingen in de muren gemaakt, waardoor met motoren van een kortere afstand onverwachte slagen werden toegebracht aan de aanvallers. Dus toen zij die dachten de verdedigers te bedriegen, dicht bij de muren kwamen, werd er onmiddellijk weer een regen van pijlen en andere raketwapens op hen geworpen. En toen stenen loodrecht op hun hoofden naar beneden kwamen vallen en als het ware de hele muur pijlen op hen afschoot, trokken ze zich terug. En nu opnieuw, terwijl ze afgingen, brachten pijlen en pijlen van een grotere afstand een grote slachting onder hen aan, en hun schepen werden tegen elkaar gedreven terwijl ze zelf op geen enkele manier in staat waren om wraak te nemen. Want Archimedes had de meeste van zijn locomotieven direct onder de muur geleverd en bevestigd, vanwaar de Romeinen, die zagen dat onbepaald onheil hen zonder zichtbare middelen overweldigde, begonnen te denken dat ze met de goden vochten.

Maar Marcellus ontsnapte ongedeerd en spotte met zijn eigen handwerkslieden en ingenieurs: "Wat," zei hij, "moeten we de strijd opgeven met deze geometrische Briareus, die met onze schepen werpt en gooit, en met de veelheid van pijlen die hij stort zich op een enkel moment op ons, overtreft echt de honderdhandige reuzen van de mythologie?" En ongetwijfeld waren de rest van de Syracusanen slechts het geheel van de plannen van Archimedes, één ziel die alles bewoog en alles regeerde, alle andere wapens opzij legde, alleen hiermee besmetten ze de Romeinen en beschermden ze zichzelf. Kortom, toen de Romeinen zo'n schrik hadden bevangen, dat Archimedes, als ze maar een touwtje of een stuk hout van de muur zagen, onmiddellijk uitriepen dat het er weer was, Archimedes op het punt stond een motor te laten vliegen. hen, ze keerden zich de rug toe en vluchtten, Marcellus zag af van conflicten en aanvallen en stelde al zijn hoop op een lange belegering. Toch bezat Archimedes zo'n hoge geest, zo'n diepe ziel en zulke schatten aan wetenschappelijke kennis, dat hoewel deze uitvindingen hem nu de bekendheid van meer dan menselijke scherpzinnigheid hadden opgeleverd, hij zich toch niet zou verwaardigen enig commentaar of schrijven achter te laten over zulke onderwerpen, maar, terwijl hij het hele vak van techniek en elke vorm van kunst die zich leent voor louter gebruik en winst verwerpen als smerig en verachtelijk, plaatste hij zijn hele genegenheid en ambitie in die zuiverdere speculaties waar er geen verwijzing naar de vulgaire behoeften kan zijn van levensstudies, waarvan de superioriteit ten opzichte van alle andere onbetwistbaar is, en waarin de enige twijfel kan zijn of de schoonheid en grootsheid van de onderzochte onderwerpen, de precisie en de kracht van de methoden en bewijsmiddelen, onze bewondering verdienen. Het is niet mogelijk om in alle meetkunde moeilijkere en ingewikkeldere vragen te vinden, of meer eenvoudige en heldere verklaringen. Sommigen schrijven dit toe aan zijn natuurlijke genialiteit, terwijl anderen denken dat ongelooflijke inspanning en zwoegen deze, naar alle schijn, gemakkelijke en onwerkbare resultaten hebben voortgebracht. Geen enkele hoeveelheid onderzoek van jou zou erin slagen het bewijs te verkrijgen, en toch, als je het eenmaal hebt gezien, geloof je onmiddellijk dat je het zou hebben ontdekt via zo'n soepel en zo snel pad dat hij je naar de vereiste conclusie leidt. En zo houdt het op ongelooflijk te zijn dat (zoals gewoonlijk over hem wordt verteld) de charme van zijn vertrouwde en huiselijke Sirene hem zijn eten deed vergeten en zijn persoon verwaarloosde, in die mate dat wanneer hij af en toe door absoluut geweld werd gedragen om te baden of zijn lichaam gezalfd, volgde hij geometrische figuren in de as van het vuur, en diagrammen in de olie op zijn lichaam, in een staat van volledige preoccupatie en, in de ware zin, goddelijke bezit met zijn liefde en plezier in de wetenschap . Zijn ontdekkingen waren talrijk en bewonderenswaardig, maar hij zou zijn vrienden en verwanten hebben gevraagd om, wanneer hij dood was, een bol met daarin een cilinder boven zijn graf te plaatsen, met daarin de verhouding die de vaste stof bevat tot de inhoud.

Zo was Archimedes, die zich nu toonde, en voor zover in hem lag ook de stad, onoverwinnelijk. Terwijl het beleg voortduurde, nam Marcellus Megara in, een van de vroegst gestichte Griekse steden op Sicilië, en veroverde ook het kamp van Hippocrates bij Acilae, waarbij hij meer dan achtduizend man doodde, nadat hij hen had aangevallen terwijl ze bezig waren hun versterkingen te vormen. Hij veroverde een groot deel van Sicilië, veroverde vele steden op de Carthagers en overwon alles wat hem durfde te ontmoeten. Terwijl het beleg voortduurde, werd een Damippus, een Lacedaemonian, die in een schip uit Syracuse op zee ging, ingenomen. Toen de Syracusanen er zeer naar verlangden deze man te verlossen, en er veel bijeenkomsten en verdragen waren over de kwestie tussen hen en Marcellus, had hij de gelegenheid een toren op te merken waarin een groep mannen in het geheim kon worden binnengebracht, aangezien de muur ernaast stond. niet moeilijk te overwinnen, en het werd zelf onzorgvuldig bewaakt. Hij kwam vaak daarheen en hield conferenties over de vrijlating van Damippus, hij had de hoogte van de toren vrij goed berekend en ladders voorbereid. De Syracusanen vierden op dit moment een feest voor Diana, toen ze zich volledig aan wijn en sport hadden overgegeven, greep Marcellus en voordat de burgers het merkten, bezat hij niet alleen de toren, maar vóór het aanbreken van de dag , vulde de muur rondom met soldaten en baande zich een weg naar het Hexapylum. De Syracusanen begonnen zich nu te roeren, en verontrust door het tumult, beval hij de trompetten overal te laten klinken, en zo joeg hij ze allemaal op de vlucht, alsof alle delen van de stad al gewonnen waren, hoewel de meest versterkte en de mooiste. , en de meeste ruime kwart was nog niet gewonnen. Het wordt Acradina genoemd en werd door een muur van de buitenstad gescheiden, waarvan het ene deel Neapolis wordt genoemd, het andere Tycha. Toen hij deze in zijn bezit had, ging Marcellus tegen het aanbreken van de dag het Hexapylum binnen, terwijl al zijn officieren hem feliciteerden. Maar toen hij vanaf de hogere plaatsen neerkeek op de prachtige en uitgestrekte stad beneden, zou hij veel hebben gehuild, medelevend met de rampspoed die erover hing, toen zijn gedachten hem voorstelden hoe somber en smerig het aangezicht van de stad zou zijn in een enkele uren, toen geplunderd en geplunderd door de soldaten. Want onder de officieren van zijn leger was er niet één man die de plundering van de stad durfde te weigeren aan de eisen van de soldaten, ja, velen waren onmiddellijk dat het in brand moest worden gestoken en met de grond zou worden gelegd: maar deze Marcellus wilde niet luisteren tot. Toch stond hij toe, maar met grote onwil en tegenzin, dat het geld en de slaven tot prooi zouden worden gemaakt, terwijl hij tegelijkertijd orders gaf dat niemand een vrij persoon zou schenden, noch een van de Syracusanen zou doden, misbruiken of tot slaaf maken. . Hoewel hij deze gematigdheid had gebruikt, achtte hij de toestand van die stad nog steeds beklagenswaardig, en ondanks de felicitaties en vreugde toonde hij zijn sterke gevoelens van sympathie en medeleven bij het zien van alle rijkdom die tijdens een lang geluk was vergaard, nu verdwenen in een uur. Want er wordt verteld dat hier niet minder prooien en plunderingen werden genomen dan daarna in Carthago. Want niet lang daarna verkregen ze ook de plundering van de andere delen van de stad, die door verraad waren ingenomen en niets onaangetast lieten dan het geld van de koning, dat in de schatkist werd gebracht. Maar niets kwelde Marcellus zozeer als de dood van Archimedes, die toen, zoals het lot wilde, van plan was een probleem uit te werken aan de hand van een diagram, en nadat hij zowel zijn geest als zijn blik op het onderwerp van zijn speculatie had gevestigd, heeft hij nooit merkte de inval van de Romeinen op, noch dat de stad werd ingenomen. In dit transport van studie en contemplatie beval een soldaat, die onverwachts naar hem toe kwam, hem te volgen naar Marcellus, wat hij weigerde te doen voordat hij zijn probleem tot een demonstratie had uitgewerkt, de soldaat, woedend, trok zijn zwaard en joeg hem weg. door.Anderen schrijven dat een Romeinse soldaat, die met een getrokken zwaard op hem rende, aanbood hem te doden en dat Archimedes, omkijkend, hem ernstig smeekte zijn hand een tijdje vast te houden, opdat hij niet zou achterlaten waar hij toen aan werkte, onduidelijk en onvolmaakt, maar de soldaat, die niets bewoog door zijn smeekbede, doodde hem onmiddellijk. Anderen vertellen opnieuw dat, terwijl Archimedes wiskundige instrumenten, wijzerplaten, bollen en hoeken naar Marcellus droeg, waarmee de grootte van de zon kon worden gemeten voor het zicht, sommige soldaten hem zagen en dachten dat hij goud in een vat droeg, doodde hem. Het is zeker dat zijn dood Marcellus zeer kwellende en dat Marcellus hem die hem vermoordde, altijd als een moordenaar beschouwde en dat hij zijn verwanten zocht en hen eerde met duidelijke gunsten.

Vreemde naties hadden de Romeinen inderdaad beschouwd als uitstekende soldaten en formidabel in de strijd, maar ze hadden tot nu toe geen gedenkwaardig voorbeeld gegeven van zachtmoedigheid, menselijkheid of burgerdeugd, en Marcellus lijkt als eerste aan de Grieken te hebben getoond dat zijn landgenoten het meest illustere waren voor hun gerechtigheid. Want zo was zijn gematigdheid jegens allen met wie hij iets te maken had, en zo was zijn vriendelijkheid ook jegens vele steden en privé-mannen, dat, als er iets hards of ernstigs werd afgekondigd met betrekking tot het volk van Enna, Megara of Syracuse, de schuld bij de men dacht eerder toe te behoren aan degenen op wie de storm viel, dan aan degenen die het over hen brachten. Een van de vele voorbeelden die ik zal herdenken. Op Sicilië is er een stad genaamd Engyum, niet echt groot, maar zeer oud en veredeld door de aanwezigheid van de godinnen, de moeders genoemd. De tempel, zeggen ze, werd gebouwd door de Kretenzers en ze tonen enkele speren en koperen helmen, gegraveerd met de namen van Meriones, en (met dezelfde spelling als in het Latijn) van Ulysses, die ze aan de godinnen wijdde. Deze stad, die de partij van de Carthagers zeer gunstig gezind was, gaf Nicias, de meest vooraanstaande van de burgers, de raad om daartoe naar de Romeinen over te gaan, vrij en openlijk handelend in toespraken voor hun vergaderingen, waarbij hij de onvoorzichtigheid en waanzin van de tegenovergestelde koers aanvoerde. Ze waren bang voor zijn macht en gezag en besloten hem in boeien aan de Carthagers uit te leveren. Nicias, die het ontwerp bemerkte en zag dat zijn persoon in het geheim in de gaten werd gehouden, begon onreligieus te spreken tot de vulgaire van de Moeders, en toonde veel tekenen van gebrek aan respect, alsof hij de ontvangen mening over de aanwezigheid van die godinnen ontkende en verachtte. zijn vijanden verheugden zich ondertussen dat hij uit eigen beweging de vernietiging zocht die boven zijn hoofd hing. Toen zij juist op het punt stonden hem de handen op te leggen, werd er een vergadering gehouden, en hier wierp Nicias, terwijl hij een toespraak tot het volk hield over een zaak die toen in beraad was, midden in zijn toespraak, op de grond en kort daarna, terwijl verbazing (zoals gewoonlijk gebeurt bij zulke verrassende gelegenheden) de vergadering onbeweeglijk hield, zijn hoofd opheffend en ronddraaiend, begon hij op een trillende en diepe toon, maar geleidelijk aan verhief en scherpte zijn stem. Toen hij zag hoe het hele theater met afschuw en stilte werd getroffen, zijn mantel afwierp en zijn tuniek scheurde, sprong hij halfnaakt op en rent naar de deur, luid schreeuwend dat hij werd gedreven door de toorn van de Moeders. Toen niemand uit religieuze angst hem de handen oplegde of hem tegenhield, maar iedereen voor hem uitgaf, rende hij de poort uit, zonder enige kreet of gebaar van bezeten en waanzinnige mannen na te laten. Zijn vrouw, die zich bewust was van zijn vervalsing en op de hoogte was van zijn plan, haar kinderen meenemend, wierp zich eerst als een smekeling voor de tempel van de godinnen, deed alsof ze haar zwervende echtgenoot zocht, en niemand die haar hinderde, ging uit de stad in veiligheid en op deze manier ontsnapten ze allemaal naar Marcellus in Syracuse. Na vele andere dergelijke beledigingen die hem werden aangedaan door de mannen van Engyum, bereidde Marcellus, nadat hij ze allemaal gevangen had genomen en in boeien had geslagen, erop uit om hun de laatste straf op te leggen toen Nicias zich met tranen in zijn ogen tot hem richtte. Kortom, zich aan de voeten van Marcellus werpend en zijn burgers minachtend smekend, smeekte hij vurig om hun leven, voornamelijk dat van zijn vijanden. Marcellus gaf toe, liet ze allemaal vrij en beloonde Nicias met veel land en rijke geschenken. Deze geschiedenis is opgetekend door Posidonius de filosoof.

Marcellus, ten slotte door het volk van Rome teruggeroepen tot de onmiddellijke oorlog in eigen land, om zijn triomf te illustreren en de stad te versieren, nam een ​​groot aantal van de mooiste ornamenten van Syracuse mee. Want daarvoor had of had Rome geen van die fijne en voortreffelijke zeldzaamheden gezien, noch was er enig plezier in sierlijke en elegante stukken vakmanschap. Gevuld met barbaarse armen en met bloed bevlekte buit, en overal bekroond met triomfgedenktekens en trofeeën, was ze geen aangenaam of verrukkelijk schouwspel voor de ogen van vreedzame of verfijnde toeschouwers, maar, zoals Epaminondas de velden van Boeotië noemde, het toneel van Mars en Xenophon genaamd Efeze het werkhuis van de oorlog, dus mag u, naar mijn oordeel, Rome in die tijd (om de woorden van Pindarus te gebruiken) 'het gebied van het vredeloze Mars' noemen. Vandaar dat Marcellus populairder was bij de mensen in het algemeen, omdat hij de stad had versierd met prachtige voorwerpen die alle charmes van Griekse gratie en symmetrie bezaten, maar Fabius Maximus, die niets van dien aard aanraakte of meenam uit Tarentum, toen hij genomen, werd meer goedgekeurd door de oudere mannen. Hij nam het geld en waardevolle spullen mee, maar verbood de beelden te verplaatsen en voegde eraan toe, zoals gewoonlijk wordt verteld: "Laten we deze beledigde goden aan de Tarentijnen overlaten." Ze gaven Marcellus de schuld, eerst voor het plaatsen van de stad in een kwaadaardige positie, zoals het nu leek om overwinningen te vieren en processies van triomf te leiden, niet alleen over de mensen, maar ook over de goden als gevangenen toen, dat hij was afgeleid tot ledigheid en ijdelheid. praten over merkwaardige kunsten en ambachtslieden, het gewone volk, dat, opgegroeid in oorlogen en landbouw, nooit van luxe en luiheid had geproefd, en, zoals Euripides over Hercules zei, was-

"Onbeleefd, ongeraffineerd, alleen voor grote dingen goed", zodat ze nu veel van hun tijd verkwisten aan het onderzoeken en bekritiseren van kleinigheden. En toch, ondanks deze berisping, maakte Marcellus het tot zijn eer aan de Grieken zelf, dat hij zijn onwetende landgenoten had geleerd de elegante en wonderbaarlijke producties van Griekenland te waarderen en te bewonderen.

Maar toen de afgunstige zich verzette tegen zijn triomftocht in de stad, omdat er op Sicilië wat overblijfselen waren van de oorlog, en een derde triomf met jaloezie bekeken zou worden, gaf hij toe. Hij zegevierde op de berg Alban en ging vandaar de stad binnen in ovatie, zoals het in het Latijn wordt genoemd, in het Grieks eua, maar in deze ovatie werd hij niet gedragen in een strijdwagen, noch gekroond met laurier, noch ingeluid met trompetten, maar ging te voet met schoenen aan, veel fluiten of pijpen die in concert klinken, terwijl hij langs liep, een guirlande van mirte dragend, in een vredig aspect, eerder liefde en respect dan angst opwekken. Vanwaar ben ik, door vermoedens, ertoe gebracht te denken dat het verschil tussen ovatie en triomf oorspronkelijk niet afhing van de grootsheid van de prestaties, maar van de manier waarop ze werden uitgevoerd. Want zij die, na een vaste slag te hebben geleverd en de vijand te verslaan, de overwinnaars teruggaven, die krijgshaftige, verschrikkelijke triomf leidden, en, zoals toen gebruikelijk was bij het verfraaien van het leger, de wapens en de soldaten versierden met veel laurier . Maar zij die zonder geweld, door samenspraak, overreding en redenering, de zaken hadden gedaan, gaven deze kapiteins de gewoonte de eer van de onmilitaire en feestelijke ovatie. Want de pijp is het teken van vrede, en mirte de plant van Venus, die meer dan de rest van de goden en godinnen geweld en oorlog verafschuwt. Het wordt ovatie genoemd, niet zoals de meesten denken, van de Griekse euasmus, omdat ze het doen met geschreeuw en geschreeuw van Eua: want zo doen ze ook de juiste triomfen. De Grieken hebben het woord aan hun eigen taal geworsteld, denkend dat deze eer ook iets te maken moet hebben met Bacchus, die in het Grieks de titels Euius en Thriambus heeft. Maar de zaak is anders. Want het was de gewoonte dat bevelhebbers in hun triomf een os offerden, maar in hun ovatie, een schaap: vandaar noemden ze het Ovation, van het Latijnse ovis. Het is de moeite waard om te zien hoe precies de offers die door de Spartaanse wetgever zijn gebracht, precies tegenovergesteld zijn aan die van de Romeinen. Want in Lacedaemon offerde een kapitein, die het werk dat hij op zich had genomen door sluwheid of een hoffelijk verdrag had uitgevoerd, bij het neerleggen van zijn bevel, een os op. uitbuiting die door rede en wijsheid wordt bedreven om voortreffelijker en meer overeen te stemmen met de mens, dan een exploit die wordt bewerkstelligd door louter geweld en moed. Welke van de twee de voorkeur heeft, laat ik aan de beslissing van anderen over.

Omdat Marcellus de vierde keer consul was, onderwierpen zijn vijanden de Syracusanen om naar Rome te komen om hem te beschuldigen en te klagen dat ze vernederingen en onrecht hadden geleden, in tegenstelling tot de voorwaarden die hun waren toegestaan. Het gebeurde dat Marcellus in de hoofdstad een offerande aan het brengen was toen de Syracusanen de senaat smeekten, terwijl hij nog zat, dat ze misschien hadden mogen vertrekken om hem te beschuldigen en hun grieven kenbaar te maken. Marcellus' collega, die hem graag wilde beschermen tijdens zijn afwezigheid, zette ze uit de rechtbank. Maar Marcellus zelf kwam zodra hij ervan hoorde. En eerst verwees hij, in zijn curule-stoel als consul, naar de senaat om kennis te nemen van andere zaken: maar toen deze werden afgehandeld, opstond van zijn stoel, ging hij als particulier naar de plaats waar de beschuldigden gewoon waren om hun verdediging te voeren , en gaf vrije vrijheid aan de Syracusanen om hem te beschuldigen. Maar zij, ontsteld door zijn majesteit en vertrouwen, stonden verbaasd en de kracht van zijn aanwezigheid nu, in zijn staatskleed, leek veel verschrikkelijker en strenger dan het was geweest toen hij in wapenrusting was gekleed. Toch begonnen ze, eindelijk gereanimeerd door de rivalen van Marcellus, hun afzettingsprocedure en hielden een rede waarin pleidooien voor gerechtigheid zich vermengden met weeklagen en klagen, waarvan de som was dat ze bondgenoten en vrienden van het volk van Rome waren, niettegenstaande, leed dingen die andere commandanten hadden onthouden van het toebrengen van vijanden. Hierop antwoordde Marcellus dat ze vele vijandige daden tegen het volk van Rome hadden begaan en niets anders hadden geleden dan wat vijanden veroverd en gevangen genomen in oorlog onmogelijk kunnen worden beschermd tegen lijden: dat het hun eigen schuld was dat ze gevangen waren gemaakt, omdat ze weigerden gehoor te geven aan zijn veelvuldige pogingen om hen met zachte middelen te overtuigen: ze werden ook niet tot oorlog gedwongen door de macht van tirannen, maar hadden liever de tirannen zelf gekozen met het uitdrukkelijke doel om oorlog te voeren. De redevoeringen eindigden en de Syracusanen, volgens de gewoonte, zich terugtrekkend, verliet Marcellus zijn collega om de vonnissen te vragen, en, zich terugtrekkend met de Syracusanen, bleef hij bij de deuren van het senaatsgebouw wachten, niet in het minst ontstemd van geest, ofwel met schrik over de beschuldiging, ofwel door woede tegen de Syracusanen, maar met volmaakte kalmte en sereniteit die de kwestie van de zaak behandelen. Nadat de vonnissen eindelijk allemaal waren gevraagd, en een decreet van de senaat genomen ter rechtvaardiging van Marcellus, wierpen de Syracusanen, terwijl de tranen uit hun ogen stroomden, zich op zijn knieën en smeekten hem om zichzelf daar aanwezig te vergeven, en ontroerd te worden door de ellende van de rest van hun stad, die ooit bedacht en dankbaar zou zijn voor zijn voordelen. Zo werd Marcellus, verzacht door hun tranen en verdriet, niet alleen verzoend met de afgevaardigden, maar bleef hij daarna altijd de gelegenheid vinden om vriendelijkheid te bewijzen aan de Syracusanen. De vrijheid die hij hun had teruggegeven, en hun rechten, wetten en goederen die overbleven, bevestigde de senaat. Op grond waarvan de Syracusanen, naast andere belangrijke onderscheidingen, een wet maakten, dat als Marcellus op enig moment naar Sicilië zou komen, of een van zijn nakomelingen, de Syracusanen bloemenslingers moesten dragen en openbare offers aan de goden moesten brengen.

Hierna bewoog hij zich tegen Hannibal. En terwijl de andere consuls en commandanten sinds de nederlaag bij Cannae allemaal gebruik hadden gemaakt van hetzelfde beleid tegen Hannibal, namelijk om niet met hem ten strijde te trekken en niemand had de moed gehad hem in het veld tegen te komen en zich aan de beslissing van het zwaard, Marcellus ging de tegenovergestelde koers in, denkend dat Italië zou worden vernietigd door de vertraging waarmee ze Hannibal leken te verslijten en dat Fabius, die vasthield aan zijn voorzichtige beleid, wachtte tot de oorlog zou worden gedoofd , terwijl Rome zelf intussen wegkwelde (zoals timide artsen, die, bang om remedies toe te dienen, wachten, en geloven dat het verval van de kracht van de patiënt de achteruitgang van de ziekte is), niet de juiste weg volgde om de ziekte van zijn land. En eerst kwamen de grote steden van de Samnieten, die in opstand waren gekomen, in zijn macht, waarin hij een grote hoeveelheid graan en geld aantrof, en drieduizend soldaten van Hannibal, die over waren voor de verdediging. Hierna zond de proconsul Cnaeus Fulvius met elf tribunes van de soldaten die werden gedood in Apulië, en het grootste deel van het leger ook tegelijkertijd afgesneden, brieven naar Rome en verzocht het volk goede moed te hebben, daarvoor hij was nu op mars tegen Hannibal om zijn triomf in droefheid om te zetten. Bij het lezen van deze brieven schrijft Livius dat de mensen niet alleen niet bemoedigd waren, maar nog meer ontmoedigd dan voorheen. Want het gevaar, meenden ze, was des te groter naarmate Marcellus meer waard was dan Fulvius. Hij, zoals hij had geschreven, rukte op in het gebied van de Lucaniërs, kwam naar hem toe in Numistro, en terwijl de vijand zich op de heuvels hield, sloeg hij zijn kamp op in een vlakke vlakte en trok de volgende dag zijn leger om de voor strijd. Hannibal weigerde de uitdaging ook niet. Ze vochten lang en koppig aan beide kanten, de overwinning leek nog onbeslist, toen, na drie uur strijd, de nacht nauwelijks scheidde. De volgende dag, zodra de zon opkwam, bracht Marcellus opnieuw zijn troepen naar voren en bracht ze tussen de dode lichamen van de gesneuvelden, terwijl hij Hannibal uitdaagde om de kwestie door nog een proces op te lossen. Toen hij losraakte en wegreed, volgde Marcellus hem op de voet, terwijl hij de buit van de vijanden verzamelde en de lichamen van zijn gedode soldaten begroef. En hoewel Hannibal vaak krijgslisten gebruikte en hinderlagen legde om Marcellus in de val te laten lopen, kon hij hem toch nooit omzeilen. Intussen verwierf Marcellus door schermutselingen, waarin hij allemaal superieur was, zo'n hoge reputatie, dat, toen de tijd van de Comitia in Rome nabij was, de senaat het beter vond de andere consul uit Sicilië terug te roepen dan zich terug te trekken. Marcellus uit zijn conflict met Hannibal en bij zijn aankomst smeken ze hem Quintus Fulvius dictator te noemen. Want de dictator wordt noch door het volk, noch door de senaat in het leven geroepen, maar de consul van de praetor verklaart hem voor de volksvergadering tot dictator die hij zelf kiest. Vandaar dat hij dictator wordt genoemd, dicere wat naam betekent. Anderen zeggen dat hij dictator wordt genoemd omdat zijn woord een wet is, en hij beveelt wat hij wil, zonder het ter stemming voor te leggen. Want de Romeinen noemen de bevelen van magistraten Edicten.

En nu Marcellus' collega, die uit Sicilië was teruggeroepen, van plan was een andere man dictator te noemen en niet gedwongen zou worden om van mening te veranderen, zeilde hij 's nachts terug naar Sicilië. Dus beval het gewone volk dat Quintus Fulvius tot dictator moest worden gekozen: en de senaat beval Marcellus bij wijze van uitdrukkelijke benoeming hem voor te dragen. Gehoorzaam riep hij hem uit tot dictator volgens de orde van het volk, maar het ambt van proconsul bleef een jaar lang voor hemzelf. En nadat hij met Fabius Maximus had afgesproken dat hij, terwijl hij Tarentum belegerde, door Hannibal te volgen en hem op en neer te trekken, hem ervan zou weerhouden om de Tarentines te ontvluchten, haalde hij hem in bij Canusium en omdat Hannibal zijn kamp vaak verplaatste , en toch de strijd afsloeg, trachtte hij hem overal aan te vallen. Ten slotte drong hij op hem aan terwijl hij kampeerde, door lichte schermutselingen daagde hij hem uit tot een gevecht, maar de nacht verdeelde hen opnieuw in het heetst van de strijd. De volgende dag toonde Marcellus zich weer gewapend en bracht zijn troepen in slagorde. Hannibal riep in extreme droefheid zijn Carthagers bijeen voor een tirade: en smeekte hen vurig om vandaag waardig te vechten voor al hun eerdere successen. om te ademen, noch om te rusten, hoewel overwinnaars, tenzij we deze man terug te drijven." Toen gingen de twee legers de strijd aan en vochten hevig toen de gebeurtenis van een vroegtijdige beweging aantoonde dat Marcellus zich schuldig had gemaakt aan een fout. Omdat de rechtervleugel zwaar onder druk stond, beval hij een van de legioenen naar voren te brengen. Deze verandering die de rangorde en de houding van de legioenen verstoorde, bezorgde de vijanden de overwinning en er vielen tweeduizend zevenhonderd Romeinen. Marcellus riep, nadat hij zich in zijn kamp had teruggetrokken, zijn soldaten bijeen. "Ik zie," zei hij, "veel Romeinse wapens en lichamen, maar ik zie niet zoveel als één Romein." Op hun smeekbeden om zijn gratie beantwoordde hij een weigering terwijl ze geslagen bleven, maar beloofde het te geven zodra ze zouden overwinnen en hij besloot hen de volgende dag weer in het veld te brengen, zodat de roem van hun overwinning zou komen bij Rome vóór die van hun vlucht. Hij ontsloeg de vergadering en beval gerst in plaats van tarwe te geven aan die bedrijven die hun rug hadden toegekeerd. Deze berispingen waren zo bitter voor de soldaten, dat hoewel een groot aantal van hen zwaar gewond was, ze toch vertellen dat er niemand was voor wie de rede van de generaal niet pijnlijker en schrijnender was dan zijn wonden.

Toen de dag aanbrak, werd een scharlaken toga, het teken van onmiddellijke strijd, getoond. De bedrijven die met schande waren gemarkeerd, smeekten dat ze op de eerste plaats mochten worden geplaatst en kregen hun verzoek. Dan brengen de tribunen de rest van de strijdkrachten naar voren en trekken ze op. Op nieuws waarvan, "O vreemd!" zei Hannibal, "wat ga je doen met deze man, die noch goed noch slecht geluk kan verdragen? Hij is de enige man die ons niet laat rusten als hij overwinnaar is, noch zelf rust wanneer hij wordt overwonnen. We zullen hebben, het schijnt, voortdurend met hem te vechten, daar met goed succes zijn vertrouwen, en bij slecht succes zijn schaamte, hem nog steeds aanspoort tot een verdere onderneming." Toen grepen de legers in. Toen het gevecht twijfelachtig was, beval Hannibal de olifanten in het eerste bataljon te brengen en op het busje van de Romeinen te rijden. Toen de beesten, die velen vertrapten, spoedig wanorde veroorzaakten, bracht Flavius, een tribuun van soldaten, een banier grijpend, hen tegemoet en verwondde de eerste olifant met de spies aan de onderkant van de vaandelstaf, hem op de vlucht. Het beest keerde zich om op de volgende en dreef zowel hem als de rest die volgde terug.Toen Marcellus dit zag, stort hij zijn paard met grote kracht op de olifanten en op de vijand die door hun vlucht in de war is gebracht. Het paard, dat een felle indruk maakte, achtervolgde de Carthagers naar hun kamp, ​​terwijl de olifanten, gewond en op hun eigen groep afrennend, een aanzienlijke slachting aanrichtten. Er wordt gezegd dat meer dan achtduizend werden gedood door het Romeinse leger, drieduizend en bijna allemaal gewond. Dit gaf Hannibal de gelegenheid zich in de stilte van de nacht terug te trekken en zich op grotere afstand van Marcellus te verwijderen, die door het aantal gewonden van zijn achtervolging werd weerhouden, en door zachte marsen naar Campanië werd gebracht en de zomer in Sinuessa doorbracht. , bezig met het herstellen ervan.

Maar toen Hannibal, die zich van Marcellus had losgemaakt, met zijn leger door het hele land trok en Italië vrij van alle vrees verwoestte, werd er in Rome slecht over Marcellus gesproken. Zijn tegenstanders brachten Publicius Bibulus, volkstribuun, een welsprekend en gewelddadig man, ertoe zijn beschuldiging op zich te nemen. Met ijverige toespraken bracht hij het volk ertoe het bevel over het leger van Marcellus terug te trekken. om zich op te frissen." Toen Marcellus dit hoorde, benoemde hij luitenanten over zijn kamp en haastte zich naar Rome om de beschuldigingen tegen hem te weerleggen; en daar vond hij een klaar opgestelde beschuldiging, bestaande uit deze laster. Op de vooraf bepaalde dag, in het Flaminische circus, waar de mensen zich hadden verzameld, stond Bibulus op en beschuldigde hem. Marcellus zelf antwoordde, kort en eenvoudig, maar de eerste en meest goedgekeurde mannen van de stad spraken grotendeels en in hoge bewoordingen, terwijl ze het volk zeer vrijmoedig adviseerden zich geen slechtere rechters dan de vijand te tonen, Marcellus veroordelend van verlegenheid, van wie de enige van alle hun bevelhebbers vluchtte de vijand, en hij trachtte voortdurend het gevecht met hem te vermijden als met anderen te vechten. Toen ze ophielden met spreken, bedroog de hoop van de aanklager om zo ver een oordeel te krijgen, dat Marcellus niet alleen werd vrijgesproken, maar de vijfde keer dat hij tot consul werd benoemd.

Nauwelijks was hij dit consulaat binnengegaan, maar hij onderdrukte een grote opschudding in Etrurië, die bijna tot opstand was gekomen, en bezocht en kalmeerde de steden. Toen de priesters bezwaar maakten tegen de inwijding van de tempel, die hij van zijn Siciliaanse buit had gezworen aan Eer en Deugd, omdat ze ontkenden dat de ene tempel wettig aan twee goden kon worden gewijd, begon hij een andere aan te sluiten op het, de tegenstand van de priesters kwalijk nemend, en het ding bijna in een voorteken veranderend. En waarlijk, vele andere wonderkinderen maakten hem ook bang, sommige tempels waren door de bliksem getroffen en in de tempel van Jupiter hadden muizen aan het goud geknaagd: er werd ook gemeld dat een os had gesproken en dat er een jongen was geboren met een hoofd als die van een olifant. Al die wonderen waren inderdaad verzorgd, maar gepaste verzoening was niet verkregen van de goden. De auspiciën hielden hem daarom vast in Rome, gloeiend en brandend van verlangen om terug te keren naar de oorlog. Want niemand was ooit zo ontstoken van een zo groot verlangen naar iets als hij om een ​​gevecht met Hannibal te voeren. Het was het onderwerp van zijn dromen in de nacht, het onderwerp van al zijn overleg met zijn vrienden en bekenden, en hij presenteerde de goden ook geen andere wens dan dat hij Hannibal in het veld zou ontmoeten. En ik denk dat hij hem het liefst zou hebben aangevallen, met beide legers omsingeld in één enkel kamp. Als hij niet eens met eer was beladen, en als hij niet op vele manieren het bewijs had geleverd van zijn rijpheid van oordeel en voorzichtigheid die gelijk is aan die van een commandant, zou je kunnen zeggen dat hij geagiteerd was door een jeugdige ambitie, meer dan wat een man van die leeftijd, want hij was het zestigste jaar van zijn leven voorbij toen hij aan zijn vijfde consulaat begon.

Nadat de offers waren gebracht en alles wat tot de verzoening van de goden behoorde, uitgevoerd volgens het voorschrift van de waarzeggers, ging hij eindelijk met zijn collega eropuit om de oorlog voort te zetten. Hij probeerde met alle mogelijke middelen Hannibal te provoceren, die op dat moment een permanent kamp had tussen Bantia en Venusia. Hannibal weigerde een gevecht, maar nadat hij informatie had gekregen dat sommige troepen op weg waren naar de stad Locri Epizephyrii en een hinderlaag legden onder de kleine heuvel van Petelia, doodde hij tweeduizend vijfhonderd soldaten. Dit maakte Marcellus woedend om wraak te nemen en daarom kwam hij dichter bij Hannibal. Tussen de twee kampen was een kleine heuvel, een redelijk veilige paal, bedekt met hout en aan weerszijden steile afdalingen, en er waren waterbronnen te zien die naar beneden druppelden. Deze plaats was zo geschikt en voordelig dat de Romeinen zich verwonderden dat Hannibal, die vóór hen was gekomen, het niet had gegrepen, maar het aan de vijanden had overgelaten. Maar voor hem had de plaats inderdaad gerieflijk voor een kamp geleken, maar nog meer gerieflijk voor een hinderlaag en daarvoor koos hij ervoor om het te gebruiken. Dus verborg hij in het bos en de holten een aantal boogschutters en speerwerpers, in het vertrouwen dat de gerieflijkheid van de plaats de Romeinen zou verleiden. Ook werd hij niet bedrogen in zijn verwachting. Want weldra spraken en twistten ze in het Romeinse kamp alsof ze allemaal kapiteins waren geweest, hoe de plaats ingenomen moest worden en welk groot voordeel ze daardoor op de vijanden zouden behalen, vooral als ze hun kamp daarheen zouden verplaatsen, in ieder geval , als ze de plaats met een fort versterkten. Marcellus besloot er met een paar paarden heen te gaan om het te bekijken. Nadat hij een waarzegger had geroepen, ging hij verder met offeren. Bij het eerste slachtoffer toonde de aruspex hem de lever zonder hoofd, bij het tweede leek het hoofd van ongebruikelijke grootte, en alle andere indicaties veelbelovend. Toen deze voldoende leken om hen te bevrijden van de angst van de eerste, verklaarden de waarzeggers dat ze des te banger waren voor de laatste omdat de ingewanden te mooi en veelbelovend, wanneer ze verschijnen na anderen die verminkt en monsterlijk zijn, de verandering twijfelachtig maken en verdacht. Maar-

"Noch vuur, noch koperen muur kan het lot buiten houden", zoals Pindar opmerkt. Marcellus nam daarom zijn collega Crispinus en zijn zoon, een krijgstribuun, met hoogstens tweehonderdtwintig paarden mee (waaronder niet één Romein, maar allen waren Etrusken, behalve veertig Fregellans, van wie de moed en trouw die hij bij alle gelegenheden volledig bewijs had ontvangen), gaat de plaats bekijken. De heuvel was helemaal bedekt met bossen en op de top zat een verkenner verborgen voor het zicht van de vijand, maar met het Romeinse kamp aan zijn zicht blootgesteld. Na tekenen die van hem werden ontvangen, bewogen de mannen die in een hinderlaag waren geplaatst zich niet voordat Marcellus in de buurt kwam en toen begonnen ze allemaal in een oogwenk, en omvatten hem van alle kanten, vielen hem aan met pijlen, sloegen in het rond en verwondden de ruggen van degenen die vluchtten , en drong aan op degenen die zich verzetten. Dit waren de veertig Fregellans. Want hoewel de Etrusken in het allereerste begin van het gevecht vluchtten, vormden de Fregellans zich in een ring en verdedigden ze dapper de consuls, totdat Crispinus, geslagen met twee pijlen, zijn paard draaide om weg te vliegen en Marcellus' zijde werd doorboord met een lans met een brede kop. Toen kwamen ook de Fregellans, de weinigen die nog in leven waren, de gevallen consul achterlatend en de jonge Marcellus reddend, die ook gewond was, per vlucht het kamp binnen. Er werden niet veel meer dan vijfenveertig lictors gedood en achttien ruiters kwamen tot leven in de handen van de vijand. Crispinus stierf ook een paar dagen later aan zijn verwondingen. Zo'n ramp als het verlies van beide consuls in één gevecht was er een die de Romeinen nog nooit was overkomen.

Hannibal, die weinig waarde hechtte aan de andere gebeurtenissen, haastte zich onmiddellijk naar de heuvel, zodra hij van Marcellus' dood hoorde. Terwijl hij het lichaam bekeek en enige tijd bleef kijken naar de kracht en vorm ervan, liet hij geen woord van hem vallen dat de minste trots of arrogantie uitdrukte, noch vertoonde hij op zijn gelaat enig teken van blijdschap, zoals een ander misschien zou hebben gedaan. gedaan, toen zijn felle en lastige vijand was weggenomen, maar verbaasd door zo'n plotseling en onverwacht einde, alleen zijn ring afnemend, bevel gaf het lichaam naar behoren te kleden en te versieren en eervol te verbranden. De relikwieën die in een zilveren urn werden gedaan, met een gouden kroon om het te bedekken, stuurde hij terug naar zijn zoon. Maar sommige van de Numidiërs, die op degenen gingen zitten die de urn droegen, namen hem met geweld van hen af ​​en wierpen de beenderen weg die tegen Hannibal zeiden: "Het lijkt dan onmogelijk," zei hij, "om iets te doen. tegen de wil van God!" Hij strafte de Numidiërs, maar zorgde verder niet voor het verzenden of ophalen van de botten, omdat hij bedacht dat Marcellus zo gevallen was en zo onbegraven lag door een bepaald lot. Cornelius Nepos en Vaerius Maximus zijn dus vertrokken, maar Livius en Augustus Caesar bevestigen dat de urn naar zijn zoon is gebracht en vereerd met een prachtige begrafenis. Naast de monumenten die in Rome voor hem werden opgericht, was er ter nagedachtenis aan hem in Catana, op Sicilië, een ruime worstelplaats die naar hem werd genoemd beelden en afbeeldingen, van degenen die hij uit Syracuse had meegenomen, werden opgericht in Samothrake, in de tempel van de goden, genaamd Cabiri, en in die van Minerva in Lindus, waar ook een standbeeld van hem stond, zegt Posidonius, met de volgende inscriptie:

"Dit was, o vreemdeling, ooit de goddelijke ster van Rome,
Claudius Marcellus van een oude lijn
Om haar oorlogen zeven keer te voeren die haar consul voerde,
Laag in het stof legde hij haar vijanden.' De schrijver van de inscriptie heeft aan de vijf consulaten van Marcellus zijn twee proconsulaten toegevoegd. Caius Marcellus en die stierf als bruidegom, in het jaar van zijn Aedileschap, niet lang daarvoor getrouwd met de dochter van Caesar.Zijn moeder, Octavia, droeg de bibliotheek op aan zijn eer en nagedachtenis, en Caesar het theater dat zijn naam draagt.


Bekijk de video: History of Theatre 4 - From Greek to Roman Theater Architecture Subtitles: English and Español